2. Werk, inkomen en participatie

🎧 Luister naar dit hoofdstuk ingesproken door kandidaat Jeanette Chedda

In een kapitalistische samenleving wordt onze arbeidskracht als een waar verkocht. Zeggenschap over ons eigen werk is ver te zoeken: op de productie die we draaien of de diensten die we verlenen maken de bazen hun winsten. BIJ1 vindt dat werk geen uitbuiting mag zijn en werkende mensen recht hebben om de vruchten te plukken van hun eigen werk. We staan voor bestaanszekerheid, zeggenschap en zelfbeschikking in je werk, een eerlijke verdeling van werk en een inclusieve arbeidsmarkt.

BIJ1 wil niet dat we werken om te overleven en vindt dat bestaanszekerheid, de zekerheid om goed te kunnen leven, voor iedereen de basis moet zijn. Daarnaast is ook huishoudelijk werk, mantelzorg en vrijwilligerswerk van grote waarde voor de maatschappij en dit verdient dan ook onze waardering. Flexibilisering van de arbeidsmarkt moet worden aangepakt: vaste contracten en daardoor meer zekerheid moeten de norm worden. Bovendien moet er een eerlijke betaling komen van het werk van jongeren tot dat van mensen in de zorg en het onderwijs.

Als we spreken over eerlijke waardering, spreken we ook over hoe de economie in zijn geheel is ingericht. In deze economie staat het maken van winsten centraal. De winsten komen echter niet toe aan wie er hard voor werkt, maar aan de bedrijfseigenaren. Dat moet anders. Werkende mensen moet meer zeggenschap over hun werk krijgen. Daarnaast moet ook het werk van sekswerkers worden gewaardeerd als volwaardig werk, waarin zelfbeschikking voorop staat

Werk moet toegankelijk zijn voor iedereen, maar dat is nu nog niet het geval. Racisme, seksisme, validisme en andere vormen van onderdrukking moeten keihard worden bestreden. Ook moet werk eerlijker worden verdeeld en pakken we genderongelijkheid aan. Mensen met een (onzichtbare) beperking verdienen daarnaast een eerlijke kans op een duurzame baan en eerlijke betaling, gekeken wordt naar mogelijkheden en niet alleen naar moeilijkheden. Arbeidsmigranten verdienen daarnaast dezelfde rechten als Nederlandse werknemers

  1. Het minimumloon wordt verhoogd naar 14 euro per uur. Hiermee verhogen we ook de AOW en de bijstand. Het minimumjeugdloon wordt gelijk aan het volwassen minimumloon.
  2. Werk dat nu is ondergewaardeerd, zoals het werk van zorgmedewerkers, leraren en medewerkers van het openbaar vervoer, moet een eerlijke waardering krijgen. Dit vertaalt zich niet alleen in gepast loon maar ook in de arbeidsvoorwaarden.
  3. We maken flex- en uitzendwerk duurder voor werkgevers. Werknemers die langer dan negen maanden met een tijdelijk contract werken, krijgen een vast contract. We verbeteren de ontslagbescherming.
  4. Bij stages hoort het leren centraal te staan. Stagiairs zijn geen (goedkope) arbeidskracht. Voor stages komt er altijd een eerlijke vergoeding. Wanneer een student een stageverplichting heeft, mag het bemachtigen van een stageplek niet geheel afhankelijk zijn van sollicitatiesucces. Waar nodig of wenselijk wordt gewerkt met toewijzing. De Inspectie SZW krijgt meer middelen om stagediscriminatie en uitbuiting op te sporen en harder te bestraffen.
  5. We zetten zinvol onbetaald werk zoveel mogelijk om in betaalde arbeidsplaatsen.
  6. Mensen met een (onzichtbare) beperking krijgen evenveel betaald als vakgenoten zonder beperking met hetzelfde werk.
  1. De zeggenschap over werk wordt uit de handen van bedrijfseigenaren gehaald. Werknemers krijgen zélf zeggenschap over hun eigen werk doordat bedrijven in handen van werknemers democratisch worden bestuurd.
  2. We verruimen het recht op deeltijdarbeid, ook in leidinggevende en beleidsfuncties. Daarbij moet er meer vrijheid komen voor werknemers om eigen werktijden te bepalen.
  3. We gaan schijnzelfstandigheid tegen. Voor alle schijnzelfstandigen, van postbezorgers tot fietskoeriers, garanderen we correcte loon- en arbeidsrechten. We stimuleren platformcoöperaties die door de werkende mensen zelf worden bestuurd.
  4. We zorgen dat alle bedrijfstakken een cao hebben, zodat bescherming van werknemers optimaal geregeld is.
  5. Het stakingsrecht wordt uitgebreid: het moet niet zo zijn dat je alleen mag staken wanneer het de autoriteiten en werkgevers uitkomt.
  6. Vakbonden die onvoldoende onafhankelijk zijn van werkgevers dienen niet de belangen van de werknemers. Deze vakbonden worden uitgesloten van cao-onderhandelingen.
  7. Uitzendbureaus die leraren, zorgpersoneel of anderen in publieke sectoren uitzenden, worden verboden.
  1. We willen een eerlijkere verdeling van werk tussen mensen van verschillende genderidentiteiten. Dit doen we door mogelijkheden te bieden om betaald en onbetaald werk te herverdelen tussen partners.
  2. We gaan naar een 30-urige werkweek met loonbehoud. Dit zorgt er ook voor dat we tijd voor gezin en hobby’s vrij hebben, burn-outs worden bestreden en we nieuwe banen creëren.
  3. We maken de kinderopvang gratis voor alle ouders.
  4. Partnerverlof wordt gelijkgetrokken met het kraam- en bevallingsverlof. Voor alle ouders op verlof wordt er 100% inkomen doorbetaald.
  5. We gaan strenger handhaven op de geldende regels voor het faciliteren van bijvoorbeeld kolven of bidden op de werkvloer.
  6. We stellen een menstruatieverlof in.
  7. Onbetaald werk dat nog vaak als ‘vrouwenwerk’ wordt gezien, zoals mantelzorg, huishoudelijk werk of zorg voor kinderen wordt betaald werk. Zo werken we aan genderrechtvaardigheid (2).
  8. We werken aan toegankelijke werkplekken. Dit doen we door het recht op thuiswerk vast te leggen indien de aard van het werk dat toelaat. Ook komt er meer (onafhankelijke) ondersteuning op de werkvloer zodat mensen met een beperking beter naar eigen inzicht kunnen participeren.
  9. De mislukte Participatiewet wordt afgeschaft: deze leidt niet tot meer baankansen. In plaats daarvan zetten we in op Sociale Ontwikkelbedrijven naar idee van de FNV. Zo helpen we mensen met een beperking aan duurzaam, passend werk met begeleiding en fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden. Deze bedrijven bieden beschut werk, begeleiding naar werk op de reguliere arbeidsmarkt en allerlei vormen van begeleid werk daartussen.
  1. We houden discriminerende bedrijven strafrechtelijk verantwoordelijk en versterken de instrumenten van de Inspectie SZW. Zij gaat strenger ingrijpen op overtredingen van het arbeidsrecht en op arbeidsmarktdiscriminatie. We zetten in op namen-en-shamen, hoge boetes en het stopzetten van subsidies en samenwerking met overheden.
  2. Het Diversity Rating System, DRS, wordt operationeel gemaakt door het Sociaal en Cultureel Planbureau en we starten een proef in grote gemeenten. De overheid hanteert het Diversity Rating System ook voor bedrijven en organisaties waarmee het zaken doet.
  3. We maken vóór 2025 een einde aan loon- en inkomensongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Bedrijven die mannen meer betalen dan vrouwen met dezelfde functie worden vervolgd.
  4. We schaffen de loondispensatieregeling in de Wajong af: werknemers met een beperking worden als volwaardig medewerker aangenomen en betaald. Productievermogen mag een leefbaar loon niet in de weg staan.
  5. Ongedocumenteerden die te maken krijgen met geweld of dwang op het werk, moeten dit kunnen melden zonder dat ze risico lopen op uitzetting.
  6. De rechten van arbeidsmigranten moeten beter worden beschermd. Er komt betere regelgeving voor arbeidsomstandigheden, vergoedingen, minimumloon, en maatstaven voor huisvesting. Uitzendcentra en werkgevers komen onder scherp toezicht te staan en arbeidsmigranten krijgen betere voorlichting over hun rechten.
  7. Arbeidsmigranten moeten dezelfde rechten op beloning en arbeidsvoorwaarden hebben als werkenden met een Nederlandse nationaliteit.
  1. De rechten van sekswerkers worden gelijkgetrokken met de arbeidsrechten van andere zelfstandigen en werknemers.
  2. Sekswerkers krijgen inspraak in en bepalen mede het beleid over sekswerk.
  3. De vergunningseis voor zelfstandige sekswerkers wordt opgeheven. Sekswerkers krijgen de mogelijkheid om thuis een ‘eenmanszaak’ te starten. Daarbij stellen we hen in staat diensten bij derden in te kopen zonder dat die partij gecriminaliseerd wordt.
  4. Sekswerkers wordt nooit verplicht bijzondere persoonlijke informatie te delen of zich te laten registreren. De Wet Regulering Sekswerk (WRS) gaat van tafel - sekswerk wordt gedecriminaliseerd.
  5. We versimpelen het vergunningenstelsel voor exploitanten. Als sekswerkers het willen, moet het makkelijk zijn werkplekken te creëren waar zij kunnen werken met gedeelde voorzieningen en in nabijheid van collega’s.
  6. De leeftijdsgrens voor sekswerk blijft op 18 jaar en gaat niet naar 21 jaar.
  1. Persoonlijke ontwikkeling is in het belang van ons allemaal. We steken daarom meer geld in scholingsprogramma’s voor mensen zonder werk. We laten werkgevers uit sectoren met personeelstekorten meebetalen aan de scholing van goed personeel.
  2. De tegenprestaties, sancties en repressieve maatregelen in de bijstand worden afgeschaft. Wachttijden voor het verstrekken van een uitkering worden ook stevig verkort.
  3. De kostendelersnorm wordt afgeschaft om financiële onafhankelijkheid te bevorderen.
  4. Arbeidsongeschiktheid is geen keuze en mensen die arbeidsongeschikt zijn kunnen goed zelf inschatten waartoe zij in staat zijn. De medische keuringen bij arbeidsongeschiktheid worden niet meer door de uitkeringsinstantie zelf gedaan, maar door onafhankelijke artsen.
  5. Er komt een Nationaal Pensioenfonds waarbij collectiviteit voorop staat en waarop ook zzp’ers aanspraak maken. Pensioengerechtigden krijgen zeggenschap in dit Pensioenfonds en topsalarissen en foute beleggingen worden uitgebannen. Daarbij indexeren we de pensioenen: pensioenfondsen hebben nu immers genoeg geld in kas om gegarandeerd pensioen uit te keren.
  6. We verlagen de AOW-leeftijd naar 65. Wel blijft doorwerken mogelijk en gaan we strenger handhaven op arbeidsmarktdiscriminatie op basis van leeftijd. Het zogenoemde AOW-gat, waar veel Surinaams-Nederlandse ouderen en ouderen met een migratieachtergrond mee te maken hebben, wordt gedicht.
Uitklappen
aan het laden

Terug naar de inhoudsopgave

3 Economie

BIJ1-kleurenbalk