4. Zorg

🎧 Luister naar dit hoofdstuk ingesproken door Kelly Mostert

BIJ1 staat voor een zorgstelsel dat van, door en voor iedereen is. We willen zorg die toegankelijk, betaalbaar, rechtvaardig, solidair en gelijkwaardig is voor iedereen. De mens in plaats van het geld hoort centraal te staan. Daarom moet de zorg in handen van de overheid komen. De zorg moet bestuurd worden door de mensen die daadwerkelijk met zorg in aanraking komen: de zorgverlener en degene die zorg ontvangt. Zo werken we aan een zorg die door en voor iedereen werkt.

We hebben de zorg lange tijd overgelaten aan de verwoestende vrije markt. Kwaliteit en innovatie hebben nu te lijden onder winstbejag en concurrentie. Kennis, ervaring en kapitaal moeten tegen elkaar opboksen. Marktwerking heeft de zorg vervolgens alleen maar duurder gemaakt. Grote farmaceuten kunnen door hun feitelijke monopolies de prijzen verder opdrijven. Ziekenhuizen vallen om waardoor langere wachtlijsten ontstaan en adequate zorg niet meer geboden kan worden.

Het recht op zorg staat daarmee onder druk. De complexiteit van de verschillende zorgwetten zorgt er daarnaast voor dat mensen steeds moeilijker bij de juiste zorg te komen. De decentralisaties werden vanuit een goed principe gedaan: zorg moet dichter bij de mensen worden georganiseerd. Zij waren echter ook een bezuinigingsmaatregel die de zorg verder tot een doolhof heeft gemaakt.

BIJ1 wil zorgbehoefte en kwaliteit laten leiden in plaats van winsten en kostenbesparing. Het zorgsysteem, van de jeugdzorg tot de medische zorg, moet op de schop. Concurrentie moet plaatsmaken voor samenwerking. Door de zorg terug te brengen in de handen van de overheid, kan de zorg van iedereen worden. Een Nationaal Zorgfonds maakt de zorg betaalbaar, zonder onnodige bureaucratie en geldverslindende concurrentie. Daarbij verstevigen we het recht op zorg, moet iedereen makkelijk zorg of ondersteuning kunnen vragen en wordt het systeem, waarin iedereen in behandelbare hokjes moet passen, aangepakt.

BIJ1 leert van generaties aan ervaringsdeskundigheids- en disability activisten en heeft als basis: niets over ons, zonder ons. Dit geldt ook in de zorg. Want niemand weet beter hoe het werkt dan de mensen die zorg verlenen en de mensen die zorg ontvangen. Kennis van ervaringsdeskundigen (zowel hulpverleners als hulpontvangers) moet dan ook een gelijkwaardige positie hebben naast wetenschappelijke kennis. De zorg moet in handen zijn van de mensen, niet van aandeelhouders, managers en directeuren.

BIJ1 wil dat zorg draait om zeggenschap, zelfbeschikking en zekerheid. Zeggenschap over je eigen werk als je in de zorg werkt. Zelfbeschikking over de zorg die je krijgt. En zekerheid op een eerlijk salaris en de vrijheid om je vak uit te voeren zonder dat je tijd wegvloeit naar administratie, maar ook de zekerheid van kwalitatieve zorg.

In onze samenleving worden mensen met een zorgvraag gezien als een individu met een probleem. Toch is vaak de inrichting van de maatschappij de eigenlijke oorzaak van het probleem. Er zijn te veel mensen die minder toegang hebben tot goede zorg, doordat ze buitengesloten worden. Er is meer ruimte nodig voor kennis over en ervaring met de grote diversiteit aan lichamen en identiteiten. Een grotere inclusiviteit is nodig voor betere ziektepreventie en zorg op maat.

BIJ1 staat voor een zorg die toegankelijk is, ook voor neurodivergente en LHBTQI+ mensen. Racisme, seksisme en validisme zijn van invloed op de kwaliteit van de zorg en moeten koste wat kost worden bestreden.

Om de zorg toegankelijker en rechtvaardiger te maken, stelt BIJ1 de volgende maatregelen voor.

  1. We zetten een Nationaal Zorgfonds op dat de vele verzekeraars vervangt. Premies gaan we heffen via progressieve belastingen. Alle zorg, inclusief tandheelkunde en optometrie, wordt vanuit dit Zorgfonds betaald en de eigen bijdrage wordt afgeschaft.
  2. De zorg mag geen winstmodel zijn. We brengen ziekenhuizen en (para)medische zorgaanbieders in publieke handen. In plaats van geld te verliezen aan managers, commercie en winst, investeren we meer in personeel en kwalitatieve zorg. Zo blijft ook de continuïteit van zorg gewaarborgd.
  3. Niet-medische zorginstellingen en -organisaties, zoals in de jeugdzorg en GGZ, worden genationaliseerd en gecollectiviseerd. Dit betekent dat we bijvoorbeeld verschillende jeugdzorgorganisaties onderbrengen in één organisatie. Hiermee bestrijden we schotten tussen organisaties en zorgvormen, werken we op basis van samenwerking en afstemming, en houden organisatiebelangen en bureaucratie tussen organisaties op te bestaan.
  4. Een te groot deel van het zorgbudget gaat niet naar de zorg zelf, maar de organisatie daarvan. We slopen onnodige managementlagen uit de zorg en investeren dit geld in de zorg zelf.
  5. We brengen de productie van geneesmiddelen en medische apparatuur in publieke handen om prijzen te beheersen én laag te houden. Daarnaast maken we internationale afspraken en regels om de macht van grote farmaceutische bedrijven in te perken. We zetten in op prijsbeheersing en -beperking bij ingevoerde geneesmiddelen en apparatuur. Monopolies op geneesmiddelen worden bestreden en de lobbykracht van patenthouders op de zorg wordt teruggedrongen.
  1. Huisartsenpraktijken worden zorgcentra in de wijk waar zorg samenkomt en je terecht kunt met iedere zorg- of ondersteuningsvraag. We investeren in gespecialiseerde praktijkondersteuning. Professionals moeten indicaties stellen; de gemeente gaat er tussenuit. De gemeente houdt zich bovendien niet meer bezig met controleren, maar nog enkel met de toegang tot zorg.
  2. Continuïteit van zorg wordt beter gewaarborgd. ‘Eén plan, één regisseur’ wordt de basis van hulp voor mensen met een zorg- of ondersteuningsvraag, onder welke zorgwet die vraag ook valt.
  3. Er komt meer zelfbeschikking voor mensen die zorg krijgen. Iedereen krijgt de vrijheid te kiezen door welke hulpverlener zij geholpen willen worden.
  4. Gedwongen zorg wordt in lijn met het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap uitgevoerd en er wordt meer zelfbeschikking ingeregeld voor personen die onbegrepen gedrag vertonen. Vrijheidsbeperkende maatregelen in instellingen (zoals de separeercellen) worden verboden.
  5. De ‘harde knip’ moet uit de jeugdzorg: wanneer je 18 wordt moet zorg niet ineens stoppen. Jeugdzorg mag pas stoppen wanneer de BIG 5 van bestaanszekerheid voor de jongere geregeld is.
  6. Financiering van de GGZ moet worden losgekoppeld van diagnoses. Zo stoppen we de doorgeslagen diagnostisering en werken we aan een GGZ met minder wachtlijsten, waar de menselijke maat centraal staat.
  7. Onze ouderen verdienen respect. De kwaliteitscriteria voor verzorgingstehuizen moeten aangescherpt. Verzorgingstehuizen mogen geen dumpplek zijn. Daarom ondersteunen we het eerdere initiatief van zorgbuurthuizen, die sociale functies en zorg samenbrengen.
  8. We omarmen het FNV-plan ‘Drastisch versimpelen in de jeugdzorg’ en geven hier uitvoering aan.
  9. We ondersteunen laaggeletterden in het verwerken en begrijpen van belangrijke medische en overheidsinformatie.
  1. We verlagen de werk- en regeldruk in de zorg door de administratieve lasten te verminderen en tijdschrijven af te schaffen. Zo kan de tijd van zorgmedewerkers zoveel mogelijk gaan naar mensen die zorg hard nodig hebben: vakmanschap komt voorop te staan. Personeelstekorten, lange wachtlijsten, verloop en burn-outs van medewerkers gaan we hiermee tegen.
  2. Alle zorgmedewerkers, van verplegers in de medische zorg tot jeugdzorgmedewerkers, moeten eerlijker worden betaald. Ook het werk van mantelzorgers moet erkend worden en geherwaardeerd, wat zich uit in een eerlijke financiële waardering voor hun werk.
  3. Zorginstellingen worden meer coöperatief georganiseerd, zodat zorgmedewerkers hun eigen beroep vormgeven, zowel op individueel-, organisatie- als sectorniveau.
  4. Op organisatieniveau moet gezorgd worden voor goede (in)formele mogelijkheden voor mensen met een beperking of chronische ziekte om vanuit een gelijkwaardige samenwerking mee te denken en mee te beslissen.
  5. De inzet van ervaringskennis wordt een vast onderdeel van het curriculum in alle opleidingen voor hulpverleners.
  6. Om de expertise van de ervaringsdeskundigen te erkennen en gelijkwaardig te behandelen aan die van andere beroepsgroepen, wordt de functie ‘ervaringswerker’ in de cao van verschillende takken van de zorg opgenomen. Voor de betaling van ervaringsdeskundige vrijwilligers worden landelijke richtlijnen opgesteld, zodat deze unieke ervaring en expertise gewaardeerd worden.
  7. Mensen met een hulpvraag hebben recht op passende zorg en ondersteuning. Het moet voor mensen eenvoudig en toegankelijk zijn om hun klachten of bezwaren in te dienen en hun recht te halen wanneer dat nodig is. Iedereen heeft toegang tot onafhankelijke cliëntondersteuning.
  1. Er moet meer toezicht komen op de naleving van het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap in het sociaal domein door het opstellen van een landelijk normenkader.
  2. De inzet van tolken en gebarentolken moet niet uit het budget van de zorgvrager worden betaald, maar standaard vergoed worden door de overheid.
  3. In opleidingen van GGZ-hulpverleners krijgt neurodiversiteit een plek, zodat er meer gehandeld wordt vanuit variatie in het menselijk brein. Therapievormen die de natuurlijke staat van een neurodivergent persoon onderdrukken, en daardoor schadelijk kunnen zijn, mogen niet toegepast worden.
  4. Uit onderzoek blijkt dat mentale gezondheidsproblematiek bij mensen van kleur minder goed wordt herkend. In de opleiding van artsen, hulpverleners, thuis- en ouderenzorg en medisch personeel moet meer aandacht zijn voor bestrijding van racistische stereotypen. Cultuursensitieve zorg krijgt hierin een belangrijke plek.
  5. We zorgen voor een gelijkwaardige toegang tot zorg voor iedereen, ongeacht verblijfsstatus.
  6. Niet de witte cisgender man moet centraal staan bij medisch onderzoek. Er wordt meer geïnvesteerd in onderzoek naar ziektebeelden, geneesmiddelen en behandelmethoden bij mensen van kleur en vrouwen (van kleur).
  7. Chronische stress en trauma veroorzaakt door racisme krijgen meer erkenning als oorzaken van gezondheidsproblemen, zoals depressies en hart- en vaatziekten.
  8. Suïcidaliteit en thuisloosheid onder LHBTQI+-jongeren is schrikbarend hoog. Er komt meer aandacht voor passende zorg, goede begeleiding en suïcidepreventie bij LHBTQI+ personen. Verspreid over het land worden safehouses ingericht, waar zij terecht kunnen in noodsituaties.
  9. De zorg voor trans personen wordt gezien als reguliere zorg en opgenomen in het basis- curriculum van medische opleidingen. Bovendien wordt het aanbod van transzorg vergroot om wachtlijsten te verkorten: expertise wordt gedeeld tussen de vijf grootste ziekenhuizen. Alle behandelingen en operaties worden vergoed. Trans personen hoeven daarnaast geen diagnose meer te hebben om zorg te krijgen. En huisartsen kunnen hormoonbehandelingen voorschrijven.
  10. Er komen trainingen om medewerkers in de zorg bewust te maken van hun (onbewuste) vooroordelen, houding en verwachtingspatronen en er worden protocollen ontwikkeld om racisme, seksisme en discriminatie op grond van seksuele geaardheid te bestrijden.
Uitklappen
aan het laden

Terug naar de inhoudsopgave

5 Wonen en bouwen

BIJ1-kleurenbalk