8. Toegankelijkheid

🎧 Luister naar dit hoofdstuk ingesproken door kandidaat Nihâl Esma Altmış

In totaal zijn er in Nederland meer dan 3 miljoen mensen met een beperking. Dit kunnen verschillende vormen zijn: denk aan auditieve beperkingen (bijvoorbeeld doofheid of slechthorendheid), visuele beperkingen (bijvoorbeeld blindheid of slechtziendheid), chronische ziekten (bijvoorbeeld diabetes), psychische kwetsbaarheid (bijvoorbeeld depressie of angststoornissen) en lichamelijke beperkingen (bijvoorbeeld verlamming).

BIJ1 staat voor een inclusieve samenleving, waarin mensen met een beperking structureel en volledig deel uitmaken van onze maatschappij. Helaas is dit nu in Nederland nog niet het geval. De Nederlandse samenleving is nog te vaak ingericht voor mensen zonder beperking. Daardoor moeten mensen met een beperking zich aanpassen aan deze samenleving, terwijl dit niet altijd mogelijk is. Iedereen is onderdeel van de samenleving en de samenleving moet dus aangepast worden, zodat die toegankelijk is voor iedereen.

Segregatie speelt een grote rol bij het benadelen van mensen met een beperking in Nederland. Mensen met een beperking worden zo buiten de samenleving gehouden. Het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap onderschrijft dit. Er zijn speciale woonvormen, speciale scholen, speciaal vervoer en speciaal werk, waardoor de reguliere samenleving niet genoodzaakt is zich aan te passen voor mensen met een beperking. Regulier openbaar vervoer, reguliere woonvormen, scholen en andere voorzieningen zijn op deze manier niet toegankelijk. Wij willen dat mensen met een beperking volwaardig mee kunnen doen en bij kunnen dragen aan de reguliere samenleving.

Nederland heeft het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap getekend, dus hebben we de plicht om dit na te leven en de omstandigheden te verbeteren. Zo nodig moeten we sancties opleggen als dit niet gebeurt.

Om de inclusieve maatschappij voor mensen met een beperking te waarborgen, stellen wij de volgende punten voor.

  1. Nederland moet gehouden worden aan het zonder meer naleven van het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap. Bij niet-naleven moeten klachten ingediend kunnen worden.
  2. Er worden sancties opgelegd als er geen concrete wetgeving en/of concreet beleid komt om de positie van mensen met een beperking te verbeteren, bijvoorbeeld als er ontoegankelijk wordt gebouwd.
  1. Bij het ontwikkelen van beleid wordt er ruimte gemaakt voor ervaringsdeskundigen en organisaties die bestaan uit ervaringsdeskundigen. Er worden toegankelijkheidsvoorzieningen geregeld, zoals een rolstoeltoegankelijke locatie en faciliteiten voor dove of slechthorende mensen.
  2. Er wordt onderzocht hoe gender, etniciteit en seksualiteit invloed hebben op het leven en welzijn van mensen met een beperking, zodat economisch en sociaal beleid effectiever en inclusiever gemaakt kan worden.
  3. Er komt een onderzoek naar de ervaringen van discriminatie en bejegening van mensen met een beperking. Er komt concreet beleid om deze discriminatie tegen te gaan, bijvoorbeeld door het geven van trainingen over de beginselen en normen van het VN-verdrag inzake rechten van personen met een handicap. Deze trainingen worden gegeven aan overheidspersoneel, rechters en advocaten, architecten, ontwerpers, onderwijspersoneel en anderen die te maken hebben met beleid en ondersteuning voor mensen met een beperking. De regionale meldpunten voor discriminatie worden actiever op het gebied van deze vorm van discriminatie.
  1. Alle bestaande overheidsgebouwen worden waar mogelijk volledig toegankelijk. Aan nieuwe overheidsgebouwen wordt de eis gesteld dat ze volledig toegankelijk zijn.
  2. Alle openbare toiletten worden toegankelijk gemaakt en zijn gratis te gebruiken.
  3. In de publieke ruimte wordt gratis drinkwater beschikbaar en toegankelijk aangeboden.
  4. Er worden doelgerichte budgetten vrijgemaakt voor gemeenten om toegankelijkheid in de openbare ruimte te bevorderen. Voorbeelden daarvan zijn geleidestroken op belangrijke en gevaarlijke verkeerspunten, het tegengaan van fietsen op stoepen en het toegankelijker maken van straten en stoepen.
  5. De landelijke overheid, gemeenten en vervoerders moeten gezamenlijk maatregelen nemen om de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en doelgroepenvervoer te verbeteren. Het vernieuwde Besluit Toegankelijkheid Openbaar vervoer is hiervoor de basis. De overheid ziet toe op naleving van dit besluit. Persoonsvolgende vervoersvoorzieningen voor mensen met een beperking worden mogelijk gemaakt. Voor mensen die niet met het openbaar vervoer kunnen reizen, worden oplossingen op maat gemaakt.
  6. De oversteekduur van verkeerslichten wordt langer voor mensen met een lagere beweegsnelheid. Alle verkeerslichten worden gebruiksvriendelijk gemaakt voor mensen met een visuele beperking.
  7. De Nederlandse Gebarentaal wordt als officiële taal erkend, zodat mensen met een auditieve beperking erkenning krijgen voor hun identiteit en taligheid. Het aanbieden van een gebarentolk wordt hierdoor ook verplicht gesteld.
  8. Informatie in het publieke domein wordt beschikbaar gemaakt in braille.
  9. Brieven van de overheid en belangrijke brieven van instanties, moeten voor een ieder begrijpelijk zijn.
  10. Het media-aanbod (in alle varianten) moet toegankelijk zijn voor iedereen.
Uitklappen
aan het laden

Terug naar de inhoudsopgave

9 Recht op zelfbeschikking

BIJ1-kleurenbalk