Dolle politiek

Journalist: “Je bent de politiek in gegaan omdat je boos was…”Sylvana: “Nee, niet boos…”

Journalist: “Okay, ik zal het maar dan verontwaardigd noemen…”

Sylvana: “Nee, ook niet uit verontwaardiging…”

Journalist: “Verontwaardigd of boos begin je aan de politiek, maar hoe denk jij uit boosheid en verontwaardiging tot verbinding te kunnen komen?”

Ik zat in het publiek van de persconferentie die we naar aanleiding van de presentatie voor het partij-boek (getiteld: “Een nieuwe politiek van gelijkwaardigheid”) hielden en ik luisterde naar dit heen en weer gaan tussen Sylvana en een journalist. Een man die had besloten dat Sylvana boos was toen ze met de politiek begon, dat ze het nog steeds is en dus onmogelijk een verbindende (anti-polarisatie) politiek kon menen. Ik dacht er niet veel van, op dat moment, ook niet van de andere uitwisselingen met journalisten die hun analyse van haar motivaties, intenties en ambities aan haar opdrongen. Haar niet lieten uitpraten en één die op een gegeven moment tegen haar zei: “doe maar rustig, hoor.”

Zaterdagochtend, ik word wakker, grijp naar mijn FairPhone, zet de vliegtuigmodus uit, en begin meteen mijn appjes, mentions, tags, likes, missed calls, en mijn tijdlijnen af te gaan. Ik weet niet waarom ik dat doe eigenlijk, ik begrijp toch niet bijster veel in de ochtend. Ik heb minstens twee sterke koppen koffie nodig, alvorens de dikke mist van bewusteloosheid wegtrekt. Pas dan kan ik hoofdzaken van bijzaken scheiden. Wat me die ochtend door de vluchtende schaduw van slaap heen wel raakt, zijn de koppen: “Sylvana woest....” en “Sylvana opent de aanval op….”

Mijn eerste verwarde gedachten zijn: “Is ze zo vroeg al bezig? Arme vrouw, krijgt ze wel genoeg slaap?” Vervolgens bedenk ik me: “Sylvana woest? Waar zou dat in godinsnaam op lijken? Er zijn vast videobeelden van!”. Geen haar op mijn hoofd die bedacht dat ik er zelf bij was geweest, dat ik het in levende lijve had ondervonden, het moment waarop Sylvana woest de aanval in ging. Woest was ze, tijdens de boekpresentatie, wild, agressief, kwaad of onbeschaafd, ruw (of zelfs “barbaars, beestachtig, boos, des donders, dol” . Ja, ik was erbij geweest, en ik had het niet door.

“Sylvana woest? Waar zou dat in godinsnaam op lijken? Er zijn vast videobeelden van!”.

Ontroerend en emotioneel

Dat kan twee dingen betekenen: óf ik ben zelf zo’n wilde, agressieve barbaar dat ik er geen erg in heb. Of een gepassioneerde, grenzen-stellende en duidelijke zwarte vrouw is, in de ogen van sommige Nederlandse journalisten, per definitie beangstigend en een bedreiging. Net zoals witte vrouwen die de baas zijn al snel afgezet worden als “bitchy”, “controlerend”; feministen al snel “mannenhaters” zijn; activistische minderheden de “slachtofferrol” uitbuiten, en ga zo maar door. Want een woeste en aanvallende Sylvana, beste mensen, stelde die middag in Den Haag niet erg veel voor, vind ik. Ze verhief niet één keer haar stem, beantwoordde gestelde vragen, schold niet en stelde grenzen toen het nodig werd. De sfeer was goed, feestelijk, ontroerend en emotioneel. Ik hield mijn tranen met moeite in toen Sylvana wees op het historisch belang van Artikel1. Toen een van de aanwezigen (een zwarte vrouw van middelbare leeftijd met een Surinaamse achtergrond) opstond om Sylvana te danken en haar moed toe te spreken. Ik en Fatima Faid liepen naar buiten en fluisterde elkaar toe: “ik ga bijna huilen, zo mooi is dit.” en “ik voel het echt door mijn lichaam stromen, hoe belangrijk dit is, hoe noodzakelijk en tijdig.” Waarop we stoer en uitgelaten begonnen te giechelen om onszelf en elkaar. En knuffelen dat we deden, met elkaar en de andere aanwezige Kandidaat-leden, en ook Sylvana, want we waren zo ontzettend trots op haar en voelden zich gesterkt door elkaar en voor elkaar.

Wat ik moeilijk te begrijpen vind, is dat volwassen mannen, wereldwijs en mensen-wijs, naar dit tafereel konden kijken en denken: “wat een barbaars, wild, dol, woest clubje zeg!” En ik ga me afvragen hoe men een pleidooi voor gelijkwaardigheid, verbinding, solidariteit, respect, acceptatie en empathie, keer op keer hoort als een “aanval”, hoe dit verwrongen wordt tot “extremisme”, en hoe het verworpen wordt als ondankbaar als een zwarte vrouw dit uitspreekt. Het valt me op hoe hetzelfde pleidooi, uitgesproken door een witte vrouw, uitgemaakt wordt tot zelfhaat, naïviteit en verraad. Maar hetzelfde pleidooi, gemaakt door een oudere witte man, aan tafel bij De Wereld Draait Door, ononderbroken, passeert dagenlang, wekenlang zelfs mijn tijdlijn, en die man uitgeroepen wordt tot volksheld, een profeet van voorbije tijden.

Dan ga ik me afvragen: “wat maakt ons, in hun ogen, zo anders, zo wild en woest?” Ik denk terug aan een paar dagen geleden, tijdens een verkiezingsdebat bij Pink Nieuw West, hoe emotioneel ik werd van de antwoorden die de aanwezigen debatteerders hadden op de kwestie van etnisch profileren. Ik werd boos toen ik merkte dat ze allen meteen de aandacht verschoven naar intolerantie tussen burgers onderling, in plaats van het probleem aan te kaarten van een politiemacht die discriminatoir, racistisch en crimineel omgaat met de mensen die zij ertoe gehouden is te dienen en te beschermen.

"De aandacht verschoof naar intolerantie tussen burgers onderling, in plaats van het probleem aan te kaarten."

Ik hoorde mezelf zeggen: “etnisch profileren is geen neutrale, wellicht ongelukkige, opsporingsmethode. Het is een misdrijf, het is racistisch en mensenrechten experts over de hele wereld zijn het erover eens: het is een schending van mensenrechten. Ongrondwettig. Het maakt levens kapot, de geesten van jonge mannen vooral, hun toekomst en gevoel van veiligheid. Dit zijn jonge mensen die door het etnisch profileren alleen al komen te lijden aan Post Traumatische Stress Stoornis.”

Ik ging nog even een tijdje door, met een brok in mijn keel, mijn handen trillend van woede, de tranen in mijn ogen van verdriet, een druk op mijn slapen van pijn, zoekend naar de woorden om te zeggen: “Ik heb dit meegemaakt, de jongeren waar ik mee werk maken het mee, mijn broers groeiden op in angst voor de politie, mijn toekomstige kinderen zal ik moet vertellen dat ze het maar moeten accepteren, dat hun rechten geschonden worden, dat hun veiligheid aangetast zal zijn…. En ik wil dat niet, ik wil dat niet hoeven te zeggen, ik wil me niet meer machteloos voelen, ik wil dat het stopt, en het liefst gisteren al.” Is dat woest? Was ik hysterisch op dat moment? Had zo’n journalist naar me gekeken en het kopje : “Olave verklaart schuimbekkend oorlog aan de politie”, in font 40 gedrukt gezien?

Weggehoond

Eergisteren was ik bij een verkiezingsdebat in het Volkshotel, om Simone emotioneel en psychologisch te ondersteunen, terwijl zij op het podium het moest afleggen tegen vier andere Kandidaat-kamerleden. Alle vier waren het toonbeeld van gevatte, superieure kalmte en emotionele controle, terwijl onze Simone openhartig vertelde over de tranen die ze moest laten bij het witte mannen lijsttrekkersdebat tv-spektakel van de avond ervoor. Dat ze zei, met een merkbare trilling in haar stem: “Ik kon het niet aanzien en aanhoren, mannen die het over mijn lichaam hadden, onze vrouwenlichamen, onze LHBTQIA-lichamen, onze zwarte en bruine lichamen. Over onze lichamen heen politiek bedreven…” Waarop de voorzitter van het debat, haar gniffelend onderbrak met: “over jouw lichaam? Hahahahaha”. En met hem, de andere drie mannelijke Kandidaat-Kamerleden op het podium, en de zaal, een lage, voorzichtig, licht beschaamd hoongelach. Ik meende de shock in Simone’s gezicht te lezen die ik voelde, die volgens mij alle vrouwenlichamen, LHBTQIA-lichamen, zwarte en bruine lichamen, in die zaal voelden. Een shock die enige mogelijkheid tot besef, tot analyse, uitsluit, een kortsluiting die ik elke keer voel als mijn pijn en emotionele bestaanswereld achteloos weggeschoven wordt, gebagatelliseerd wordt. Net zoals het moment dat een van de debatteerders mijn uiteenzetting over etnisch profileren aan de kant schoof met de woorden: “Ja sorry, het is hier geen Amerika hoor.”

Toen ik Simone in die seconde zag verstijven, ging mijn hart naar haar uit, was ik het liefst de podium opgegaan om haar een emotionele knuffel te geven. Maar dat is een beetje waar het allemaal misgaat of niet? In de ogen van die journalisten, van de mannelijke blik. Het zijn al die emoties die we beleven, uiten en gehoor aangeven dat ongeoorloofd is, of niet? Het zijn al die knuffels, die trillende stemmen, die politiek uit pijn, gemarineerd in empathie en boosheid, die schrille en onvermoeibare leuzen in de straten voor gelijkwaardigheid en raciale emancipatie. Voor vluchtelingenrechten, vrouwenrechten, LHBTQIA-rechten, gehandicapten-rechten, rechten van GGZ-patiënten, rechten voor zieken, ouderen, armen; het is die woeste strijdbaarheid, die horden rechten-eisenden, die onredelijk dolle missie voor een redelijke bestaanszekerheid en niveau. Dat wil je toch niet zien, daar wil je toch niet mee geassocieerd worden, als redelijk denkend, rationeel voelend, en pragmatische normaal-doener? Nee, dat moet je eigenlijk meteen afkeuren, want het moet niet doller worden, toch?

"Dat is een beetje waar het allemaal misgaat, of niet? In de ogen van die journalisten, van de mannelijke blik."

Gisteren, op Internationale Vrouwendag, herinnerde ik me het verband tussen vrouwen in opstand, niet-conformerende vrouwen, en de - bijna in vergetelheid geraakte - klinische diagnose hysterische nervositeit. Is de “woeste Sylvana” de hedendaagse journalistieke diagnostische equivalent van hysteria? Is de typering van onze partij als “agressieve” partij niet een voortzetting van de aloude suprematie van het “mannelijke”, de ratio, de afkeer tegen het “vrouwelijke”? Het voelen, kennis uit emotie, passionele wetenschap, intuïtie, empathie en sympathie. Zijn we nog steeds verknocht aan de overtuiging dat de politiek onpersoonlijk is en moet zijn? Hebben we echt nog steeds hoop en vertrouwen in die koele kikkers in maatpakken, emotioneel, financieel en sociaal gedistantieerd van onze levens, de obstakels waar we tegenaan lopen, de dromen die we niet kunnen waarmaken, de veiligheid die van ons gestolen wordt, het geweld dat ons aangedaan wordt.

Terechte woede

Ben jij eigenlijk ook niet stiekem woest, boos en emotioneel? Als je hoort dat een 12-jarige op een willekeurige dag van de week, in hartje Den Haag, publiekelijk vernederd, in de boeien geslagen wordt door een politieagent, getraumatiseerd wordt door een man die betaald wordt, om hem te beschermen. Word jij niet boos als je leest of ziet hoe mannelijke kuikentjes levend worden versnipperd in de bio-industrie? Hoezo ben jij niet vervuld van verdriet als je er achter komt dat met de decentralisatie van de jeugdzorg er ook nog eens bezuinigd is op de zorg en bescherming van kwetsbare jongeren ? Waarom wil je niet huilen als je denkt aan nog eens vier jaar islamofobie, privatisering, versoepeling van het ontslagrecht, de-regulering van de financiële sector, bezuiniging op buurthuizen, toenemende schending van privacy door de staat, nog meer vluchtenlingenhaat, en nog zo veel meer. Hoe kan het toch zijn dat je er nog steeds niet dol van word?

Dagen na de persconferentie, zit de vraag me nog dwars: “Verontwaardigd of boos begin je aan de politiek, maar hoe denk jij uit boosheid en verontwaardiging tot verbinding te kunnen komen?” Want mijn verontwaardiging en boosheid, meneer, is niets vergeleken met mijn verdriet, er is geen canvas groot genoeg om mijn angst te bevangen, ik zwem in een zee van ontroostbare rouw voor de levens en lichamen die we kapotmaken, vernederen, controleren, gevangen houden, uitbuiten, uitsluiten en teniet doen. Ik ben woest, meneer, woest in mijn strijdbaarheid, woest in mijn betrokkenheid, woest in mijn hoop en ambitie voor een betere wereld. En ik weet me verbonden met allen die boos genoeg zijn om op te staan, zich uit te spreken, zich in te spannen, zich hard te maken voor ieder’s gelijkwaardig bestaan, die solidariteit ambiëren; allen die kracht en hoop ontlenen uit hun woede. Want wij zijn woest en, in de woorden van Fatima Faid: “Wij zijn in een echte strijd, Olave. En strijden is echt mooi.”

Olave Basabose is onder andere feminist, jurist, entrepreneur, schrijver, activist en wereldreiziger.

BIJ1-kleurenbalk