Een wit verleden

Exclusief voorproefje van Anousha Nzume's nieuwe boek: Hallo, witte mensen!

Introductie

Mam, ik moet meer aan cultuur doen,’ zei mijn oudste dochter tegen me. Ze zit in de tweede klas van de middelbare school en moet per schooljaar een aantal musea en voorstellingen hebben bezocht. Ik dacht: prima. Leuk. Gaan we doen. Maar dan ook even weg uit Amsterdam, even ergens anders naartoe. Het Van Gogh, het Rijksmuseum en het Stedelijk kennen we nu wel. Dus… We gaan naar Den Haag! De stad van rechtvaardigheid en mooie stranden. Een van m’n beste vrienden komt er vandaan en hij vond het leuk om mee te gaan. Lekker een dagje Den Haag en daarna een ijsje eten op de boulevard in Scheveningen. Hij stelde voor om naar het Mauritshuis te gaan. Dat is namelijk midden in de stad, is niet al te groot en alle Hollandse Meesters hangen er. De perfecte combinatie voor een 13-jarige. We waren er alle drie ook nog nooit geweest, dus het was voor ons allemaal een leuk avontuur. Ik had er zin in! ‘Google nou even het Mauritshuis,’ probeerde ik m’n dochter te enthousiasmeren in de trein terwijl ze zat de appen met een vriendinnetje. Geïrriteerd ging ze aan de slag. Na vijf minuten was ze helemaal into Johan Maurits van Naussau-Siegen aka ‘de Brazilliaan’. ‘Mama, hij hoorde dus bij de West-Indische Compagnie, da’s toch foute handel? ’ Boem. Binnen no time googelden mijn vriend, mijn dochter en ik alle drie de eigenaar van het Mauritshuis. Volgens de site van het Maurithuis was dit een graaf met een enorm gevoel voor public relations, een uitmuntende smaak en daarnaast een van de eersten die, heel vindingrijk, Holland bij de trans-Atlantische slavenhandel betrok. Hij introduceerde de ‘Driehoekshandel’, tussen West-Afrika, Brazilië en Nederland. Met dit werk fijinancierde hij de bouw van het Mauritshuis. Punt. Verder geen uitleg, geen analyse, dat was het. We keken elkaar ongemakkelijk aan terwijl we station Den Haag Centraal binnenreden.

105 ‘Goed idee mam, het Mauritshuis. Echt weer eens wat anders,’ zei m’n dochter, op haar typische sarcastische manier.

‘Oké, oké, maar als ze op de website al iets uitleggen over de trans-Atlantische slavernij, zullen ze daar ook wel aandacht aan besteden in het museum,’ zei mijn Haagse vriend.

‘Hmm... Ja. Maar op de website hebben ze het wel over ‘slaven’ en niet over tot slaaf gemaakten. Ik wil wel weten waarom ze die omschrijving dan hebben gekozen,’ concludeerde m’n ‘woke’ dochter.

Terwijl we entree betaalden in de ontvangstzaal, stonden we naast een statig standbeeld van graaf Maurits zelf. We waren benieuwd naar de rest van het huis. We liepen een trap op en waren meteen onder de indruk van het prachtige pand. Warme houten vloeren, zaal na zaal vol met meesterwerken van schilders zoals Rembrandt en Vermeer. Ondertussen keken we rond naar hints over de handelaar. Mijn dochter had in de trein braaf allerlei vragen opgeschreven. – Hoeveel mensen zaten in zo’n schip van Maurits? – Zaten er ook kinderen op de schepen? – Waarom is die Maurits een held, terwijl hij Nederland als eerste heeft betrokken bij de trans-Atlantische slavenhandel? – Is het waar dat het Mauritshuis met dat geld gebouwd is?

"'Op de website hebben ze het wel over 'slaven' en niet over tot slaaf gemaakten. Ik wil wel weten waarom ze die omschrijven dan hebben gekozen,' concludeerde m'n 'woke' dochter."

We liepen zaal in, zaal uit. Geen hint over tot slaaf gemaakte mensen. Op een gegeven moment vonden we in een van de zalen een hoek met twee schilderijen over Brazilië. ‘Misschien staat hier iets!’ zei m’n vriend. We stonden met z’n drieën voor een schilderij van Albert Eckhout. Dat was van de schilders die in opdracht van Maurits naar Brazilië was gereisd. Het schilderij heet Studie van twee Braziliaanse Schildpadden. Bij de beschrijving van het schilderij wordt vermeld hoe fijijn het was dat mensen ‘thuis’ in Nederland werden blootgesteld aan allerlei exotische verschijnselen, zoals deze schildpadden en allerlei andere spannende dingen, zoals ananassen. We keken om ons heen. Nergens in het museum werd iets vermeld of besproken over de rol van de eigenaar in het kolonialisme of de handel in tot slaaf gemaakte mensen. Alleen op de website van het museum, in een YouTube-filmpje, is te horen hoe het zesjarige bestuur van Maurits van Naussau-Siegen een ‘bijzondere’ periode was voor Brazilië: ‘Hij liet onderzoek doen, zette kunstenaars aan het werk, bouwde paleizen, en creëerde een tolerante samenleving.’

Ho. Wacht even. Hij haalde tot slaaf gemaakte mensen naar Brazilië en hij liet Hollandse schilders ‘exotische’ dingen schilderen voor de mensen thuis, en hij is een held? Waarom wordt niet het hele verhaal verteld? Zeker in een museum, een nationaal kenniscentrum? Dit is niet een glossy tijdschrift, het is geen entertainment. Je zou toch hopen dat juist een dergelijk instituut zoals een museum vierhonderd jaar koloniaal geweld enigszins onder ogen komt? De missie van het Mauritshuis is het beste van de Nederlandse schilderkunst in de Gouden Eeuw tentoon te stellen. Blijkbaar is er voor de invulling van de educatie van de museumbezoekers gekozen voor de abstracte driehoek van handel in plaats van voor mensen. Blijkbaar is er de luxe genomen om tot slaaf gemaakte mensen onder de noemer ‘handel’ te plaatsen. Maar waarom? Waarom hebben we het over een abstracte driehoek van handel? Mijn dochter wil meer weten over de mensen op de schepen. Wat waren zij voor mensen? Hoe heetten ze? Bestaan daar verhalen over? Schilderijen? Dagboeken, net zoals bij Anne Frank? Waarom zijn ze niet belangrijk genoeg voor het museum?

Het verleden moet gezellig zijn

Een tijd later zocht ik mijn vriendin Simone Zeefuik op. Zij is initiatiefnemer van #Rewritetheinstitute en medeorganisator van de beweging #Decolonizethemuseum, oftewel, ‘dekoloniseer het museum’. Ze is schrijver en een geweldige spreker. Bij haar kan ik wel een paar antwoorden vinden, dacht ik. Heerlijke persoon om mee te zitten, lachen, drinken en praten. ‘Ja, Anousha,’ zei ze, ‘de spreekwoordelijke 90 procent van Nederlandse musea zijn niets meer dan een intellectuele variant van Nederlands nationale oerverlangen om het vooral “gezellig” te houden. Deze instituten vervullen in de huidige vorm niet tot nauwelijks een informerende, laat staan educatieve functie.’ We bestellen een gin-tonic. ‘Het comfort dat hierbij leidend is, is dat van witte mensen. Je snapt het wel. Witte mensen die na het betalen van 15 euro of het vertonen van hun Museumjaarkaart het toch echt niet verdienen om zich ongemakkelijk te voelen. Dezelfde stereotypes worden herhaald, en de ware geschiedenis van veel bevolkingsgroepen wordt weggelaten! Proost by the way! Het is standaard in Nederlandse musea. Zo vind je in de Afrika-tentoonstelling van het Museum Volkenkunde een bord over neksteunen. De eerste zin luidt: “Voor Europeanen waren neksteunen intrigerende, exotische voorwerpen.”’ We lachen en bestellen een bittergarnituurtje. Simone vervolgt: ‘Niemand beoordeelt een boek volgens een redenering als: mensen die niet van poëzie houden, vonden deze gedichtenbundel maar niets.’

Inderdaad. Alles wordt bekeken vanuit die vreemde koloniale witte blik die zichzelf zo normaal vindt. Vandaar dus dat het schaamteloos als ‘fijijn’ en ‘bijzonder’ wordt beschreven dat er schilderijen van schildpadden en andere exotische dingen meekwamen uit Brazilië. Alsof dit gewelddadige koloniale project niets meer was dan een toeristische vakantie. Leuk, al die souvenirs en foto’s. Nee! Jongens, het gaat hier om het verhandelen van tot slaaf gemaakte mensen. Om het koloniseren van andermans land. Zien jullie het verschil? Dat het misschien wat apart is om dat te beschrijven als een toeristische uitje in Lissabon of Berlijn?

"Dezelfde stereotypes worden herhaald, en de ware geschiedenis van veel bevolkingsgroepen wordt weggelaten!"

Simone zet zich actief in en ziet een aantal musea heel langzaam veranderen. Maar ze stuit ook op veel verzet en onbegrip. ‘Natuurlijk vragen directeuren, conservatoren en andere museummedewerkers zich weleens af waarom niet veel meer zwarte mensen en mensen van kleur vaker hun instituten bezoeken,’ zegt ze. ‘Dat klinkt als verbazing – en zo wordt dat door die personen zelf misschien ook wel oprecht ervaren –, maar is eigenlijk niets meer dan een gênante vorm van arrogantie. Wat ze dus eigenlijk willen weten is waarom zij niet massaal geïnteresseerd zijn in de gezellige witte blik die, zelfs in de verhalen van en over zwarte mensen, witte mensen centraal stelt. Ze willen weten waarom zwarte mensen niet massaal in de rij staan om de witte stereotypische fantasieën over hun landen van herkomst te aanschouwen.’

Houding tegenover het verleden

Lieve witte lezer. Wees niet bang, in dit hoofdstuk krijg je geen geschiedenisles. Waar ik het wel over wil hebben, is de houding die we in Nederland hebben tegenover het verleden. Mijn avontuur in het Mauritshuis en Simones analyse van musea zijn maar een kleine inkijk in die houding. Als jij denkt aan de Nederlandse geschiedenis, wat zijn dan de eerste beelden die bij je opkomen? Als je een witte lezer bent, dan is de kans groot dat iemand als Michiel de Ruyter en andere avontuurlijke (zee)helden in je opkomen in plaats van de zwarte, tot slaaf gemaakte kinderen die eigendom waren van deze ‘helden’. Vanuit wiens perspectief heb jij de geschiedenis gelezen? Zoals beroemd staatsman – tevens racist – Winston Churchill schreef in de jaren dertig: ‘Geschiedenis wordt geschreven door de overwinnaars.’ De overwinnaars bepalen wie de helden zijn en wie niet, wie er goed was en wie fout. Het perspectief van de overwinnaar bepaalt hoe het verhaal wordt geschreven, wat wordt afgedaan als ‘nevenschade’. Lieve witte lezer, geschiedschrijving is geen neutrale hobby, het is een politieke bezigheid. Het heeft alles met het nationale zelfbeeld te maken. Kijk bijvoorbeeld naar het enorme verschil in de om- gang met de Tweede Wereldoorlog aan de ene kant, en eeuwen kolonialisme en slavenhandel aan de andere kant. De Tweede Wereldoorlog heeft vijf jaar geduurd en heeft voor enorm veel trauma binnen de Nederlandse samenleving gezorgd. Slavernij en kolonialisme duurden ruim driehonderd jaar. Alleen was Nederland geen slachtofffer, maar dader.

"Als je een witte lezer bent, dan is de kans groot dat iemand als Michiel de Ruyter in je opkomt als je aan de Nederlandse geschiedenis denkt in plaats van de zwarte, tot slaaf gemaakte kinderen die eigendom waren van deze 'helden'."

De nazi’s zijn fout, hun daden worden niet goedgepraat. Het idee dat de Vrijheidslaan de Göbbelslaan had geheten na de Tweede Wereldoorlog – ik kan er niet eens aan denken. Goddank is dat nooit gebeurd. Maar mannen die verantwoordelijk zijn geweest voor andere gruweldaden? Naar hen vernoemde straten zijn er in overvloed. Daar zijn allerlei redenen (excuses) voor. ‘Het hoorde er in die tijd gewoon bij’, zo wordt het weggeredeneerd. Rijk worden door middel van driehonderd jaar van slavernij, verkrachten van vrouwen, kinderen weghalen bij hun moeders, dehumaniseren van zwarte mannen, dat is de Gouden Eeuw. De geliefde voc-tijd. Maar Anousha, slavernij is toch van alle tijden en er waren toch ook witte tot slaaf gemaakten? denk je misschien stiekem. Dit is iets wat ik veel op social media voorbij zie komen in reactie op informatie over de trans-Atlantische slavernij. Ik kan niet anders dan denken: slavernij bestaat inderdaad al heel lang (en helaas vandaag de dag nog steeds); de eerste verwijzingen naar slavernij gaan terug naar drieduizend jaar voor Christus. En ja, er waren ook witte tot slaaf gemaakten. Maar wat wil dat zeggen? Ik zeg ook niet tegen mijn Joodse moeder: ‘He Holocaust was erg, maar er worden altijd al veel mensen vermoord.’ Er zijn meer dan 12 miljoen mensen afkomstig van het Afrikaanse continent verhandeld tijdens de trans-Atlantische slavernij. Nederland is er rijk door geworden. Het heeft een mondiaal systeem van racisme gecreëerd waar we nu nog steeds mee te maken hebben. Hoe kan het dat witte mensen zich in een slachtoffferrol plaatsen als er wordt gevraagd dit gewelddadige verleden onder ogen te komen? Ik sluit me aan bij Gloria Wekkers analyse: het geloof in de eigen onschuld is zo enorm dat de informatie die dit zelfbeeld tegenspreekt, simpelweg wordt weggeduwd. Iedereen kent een dergelijk moment van cognitieve dissonantie wel. Bijvoorbeeld toen je kind was, en iets te horen kreeg over iemand die je bewonderde, iets wat zo indruiste tegen je beeld van die persoon, dat je het niet wilde geloven. Dat doen we als volwassene nog steeds regelmatig. Op dat moment heb je dan de keuze: of je past je beeld aan, of je schuift de informatie weg en bestempelt het als onzin of irrelevant. Maar lieve witte lezer, als je je beeld van een onschuldig Nederland niet wilt loslaten, hoe kun je dan ooit onder ogen komen dat datzelfde Nederland honderden jaren lang een gewelddadig koloniale mogendheid is geweest? En heb je je weleens geprobeerd voor te stellen hoe dat voelt, die ontkenning, voor de nazaten van gekoloniseerde en tot slaaf gemaakte mensen?

Dit is een exclusieve voorpublicatie uit Hallo witte mensen, het nieuwe boek van Anousha Nzume. Dit boek zal op 20 april 2017 verschijnen bij Amsterdam University Press ( €14,95) , maar is nu al te reserveren bij Amsterdam University Press .Dit fragment is overgenomen uit een ongecorrigeerde drukproef. Wijzigingen, spel- en taalfouten voorbehouden. (namens AUP)

BIJ1-kleurenbalk