De behandeling van sekswerkers door overheid en overheidsfunctionarissen gedurende deze pandemie is een goed voorbeeld van hoe er in Nederland naar sekswerkers wordt gekeken. In plaats van te zorgen voor een veilige en van inkomsten gegarandeerde werkomgeving, worden sekswerkers steeds verder in moeilijke situaties gedrukt. Het zijn sekswerkers zelf, die de afgelopen maanden initiatieven zijn gestart om sekswerkers financieel te steunen. Het zijn sekswerkers zelf, die elkaar de emotionele steun bieden en elkaar er doorheen slepen. Net zoals vóór de coronacrisis, staan sekswerkers er ook tijdens de coronacrisis volledig alleen voor.

Op 15 maart 2020 werd voor het eerst sinds de opheffing van het bordeelverbod in 2000, sekswerk gecriminaliseerd. Sekswerkers behoren in theorie tot een volwaardige beroepsgroep, maar werden gedurende de bestrijding van het coronavirus niet zo behandeld: zoveel financiële regelingen als er waren voor bedrijven, zo waren er geen voor sekswerkers. Net als andere contactberoepen, kunnen ook sekswerkers hun werk niet op afstand verrichten, waardoor vele sekswerkers maandenlang zonder werk en inkomsten zaten. Inmiddels zijn er sekswerkers uit huis gezet, beboet, in de schulden terecht gekomen en kampen velen met mentale gezondheidsproblemen. Het is tijd dat de Nederlandse overheid sekswerk ook in de praktijk als volwaardige beroepsgroep gaat zien en hen ook de bijbehorende rechten geeft.

Vandaag, 3 juli, vindt er in Den Haag een demonstratie plaats om op te komen voor de rechten van sekswerkers, voor, tijdens én na corona. Dit artikel is ter ondersteuning van deze demonstratie en doelt meer uitleg te geven over de situatie waar sekswerkers in worden gedwongen.

Regels rondom sekswerk zorgen vóór en tijdens corona voor problemen

De regels rondom sekswerk in Nederland zijn gericht op het voorkomen van mensenhandel en uitbuiting. De tactieken die hiervoor gebruikt worden, dragen alleen helemaal niet bij aan de veiligheid van sekswerkers, en ook niet aan die van slachtoffers van uitbuiting en mensenhandel. Ze maken beide groepen zelfs kwetsbaarder. Door de beperkte uitgave van vergunningen zijn sekswerkers die volgens de regels willen werken genoodzaakt zich aan te sluiten bij bordelen en exploitanten, die door hun machtsposities vrij spel hebben om hoge huren voor kamers te eisen en in sommige gevallen zich ook niet aan de opgestelde regels te houden. Ook worden veel sekswerkers uit andere gemarginaliseerde groepen simpelweg niet aangenomen bij vergunde werkplekken en blijft er voor hen alleen de optie over om zonder papieren te werken. In veel gemeenten moeten sekswerkers om een vergunning te kunnen krijgen deelnemen aan de zogenaamde opting-in regeling. Deze regeling biedt die sekswerkers de mogelijkheid om in een fictief dienstverband te werken dat tussen de rol van een zzp’er en een werknemer in zit.

Deze constructie leidde vóór de coronacrisis al tot problemen, onder andere omdat het sekswerkers onmogelijk maakt om reiskosten, kosten voor kleding en materiaal en andere werkgerelateerde uitgaven af te trekken van de belastingen. Hier tegenover staan wel minder administratief werk en een belastingkorting. Toch zijn sekswerkers vaak niet vrij om te bepalen of ze wel of niet onder deze constructie willen werken en pakt het vaak financieel helemaal niet voordeliger uit. Ook tijdens de gedeeltelijke lockdown maakte de opting-in regeling het moeilijk voor sekswerkers om steun aan te vragen. Door de constructie konden sekswerkers vaak geen aanspraak maken op de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) van de overheid, ze zijn immers geen volledige zzp’ers. Maar ook op WW hadden veel sekswerkers geen recht, omdat ze ook geen volledige werknemers zijn. Wat overblijft is de bijstand, maar daar zijn vaak zoveel regels aan verbonden dat het voor veel sekswerkers ook geen oplossing biedt.

Ook worden sekswerkers door het stigma dat op sekswerk zit, vaak anders behandeld. Zo is van een groep van 18 sekswerkers in Alkmaar de aanvraag voor Tozo geweigerd. Waar zelfstandigen in andere beroepsgroepen zonder al te veel moeite Tozo kregen toegewezen, werden bij vele sekswerkers extra controles uitgevoerd en op grond van ‘een onbegrijpelijk argument’ afgewezen, aldus advocaat Richard Bouwman.

Sekswerk werd uitgezonderd, maar waarom?

Ook toen andere contactberoepen op 1 juni hun werk weer konden oppakken, werden sekswerkers geacht nog langer thuis te blijven. 1 september zouden zij hun werk pas weer mogen oppakken. En dat terwijl juist sekswerkers zich heel bewust zijn van de noodzaak van hygiëne en hiervoor strenge protocollen naleven. De voornaamste reden, zoals genoemd door minister Koolmees van Sociale Zaken, voor het wachten tot 1 september met het toestaan van sekswerk, is dat niet alles tegelijk open kan.

Vanuit de branche werd er hevig gelobbyd tegen deze late versoepeling. Verschillende sekswerkorganisaties hebben samen een uitgebreid protocol opgesteld waardoor sekswerkers veilig aan het werk zouden moeten kunnen. Toch bleef de overheid voet bij stuk houden: het kon nog niet. Tot Mark Rutte tijdens de persconferentie op 24 juni opeens aankondigde dat sekswerkers toch vanaf 1 juli weer aan de slag mochten. Waar er voor andere beroepsgroepen uitvoerig is overlegd met de branche over de benodigde extra maatregelen en bescherming voor mensen in contactberoepen, is zelfs het protocol van de sekswerkbranche niet meegenomen. Zonder enige vooraankondiging of communicatie via branches, kwamen sekswerkers er op 24 juni per toeval achter dat ze een week later weer aan het werk mochten.

Vervolgens had de branche een week om zich voor te bereiden, om bestellingen te doen, ruimtes die al 3,5 maand dicht waren geweest schoon te maken, te adverteren etc. Hoe kan het dat sekswerkers eerst werden uitgezonderd van andere contactberoepen, en vervolgens zonder enige extra voorzorgsmaatregelen, toch weer aan de slag mogen? Waar was dat eerste onderscheid dan op gebaseerd? En waarom werd dit besluit niet met de sekswerkbranche overlegd? Het moge duidelijk zijn dat de sekswerk branche door de Nederlandse overheid niet serieus wordt genomen.

WRS maakt de problemen alleen maar groter, tijd voor actie!

Onder het excuus van de bestrijding van mensenhandel, worden sekswerkers stelselmatig gemarginaliseerd en gecriminaliseerd. Met het wetsvoorstel Wet Regulering Sekswerk (WRS) wordt dit alleen maar erger. Deze wet brengt het zelfbeschikkingsrecht van vrouwxn, dat vrouwxn zelf mogen bepalen wat ze met hun lichaam doen en ook zelf weten wat ze met hun lichaam willen doen, in gevaar. Tegengesteld aan het doel van de wet, ‘de seksbranche te reguleren en misstanden tegen te gaan’, zal deze wet sekswerkers alleen nog maar in een onveiligere positie brengen.

Wij gaan de straat op tegen deze wet, omdat deze wet de privacy van sekswerkers schaadt. Omdat het hen afhankelijk maakt van de subjectieve, en mogelijk racistische, seksistische, validistische, klassistische, transfobe en homofobe beoordeling van een ambtenaar. En omdat het sekswerkers die zich niet kunnen of willen registreren, de illegaliteit in duwt. Hierdoor zullen zij nog minder toegang hebben tot het rechtssysteem en sociale voorzieningen en dus nog kwetsbaarder worden voor geweld, uitbuiting en intimidatie. Dit wetsvoorstel behandelt sekswerkers als kinderen, maar biedt juist niet de bescherming en middelen die nodig zijn om sekswerk veiliger te maken.

Decriminaliseer sekswerk

In plaats van sekswerk verder te criminaliseren, moet sekswerk juist gedecriminaliseerd worden. We moeten inzetten op het beschermen van sekswerkers en privacy en anonimiteit waarborgen. Bovenal moeten we sekswerkers als werkers gaan zien en hen dezelfde arbeidsrechten geven als andere mensen die betaald werk doen. We moeten ervoor zorgen dat de positie van sekswerkers dusdanig wordt verbeterd dat de schade bij een volgende crisis wordt voorkomen en de schade die door deze crisis is gedaan wordt hersteld. Voor zover dat mogelijk is, want voor sommigen is welke steun dan ook al te laat.

BIJ1-kleurenbalk