Met kloppend hart

Ik zit hier achter de computer, met kloppend hart en een knoop in mijn maag. Ik weet niet of ik hier echt over wil schrijven. Of ik erover kán schrijven. In de laatste drie jaren heb ik een groeiend gevoel van noodzaak om te schrijven over vluchtelingen. Een gevoel van noodzaak dat geëvenaard wordt door mijn angst om het ook echt te doen. Eigenlijk moet ik het paniek noemen. Ik ervaar een paniek die mijn gedachten verstrooid en onsamenhangend maakt.

Betoog van Olave Basabose over vluchten, normen en waarden\

Dan zet ook nog eens de twijfel in: “kan ik aan het debat iets constructiefs toevoegen? Heb ik genoeg onderzoek/praktijkervaring/empirische data om enige stellingname te kunnen onderbouwen? Ben ik de juiste persoon om hier iets over te zeggen? Ben ik niet de zoveelste gedocumenteerde persoon die ongedocumenteerde mensen overschreeuwt? Ben ik niet veel te geprivilegieerd om hier een relevant perspectief te bieden?” Ik heb hier geen eenduidige antwoorden op en ik kan ze zeker allemaal lekprikken en ontbloten als hypocriet, problematisch zelfs. Maar ik heb mezelf gecommitteerd nu ik hier typend achter het scherm zit en de knoop in mijn maag lichtelijk lijkt te ontknopen. Ik heb met mezelf afgesproken om in één keer zoveel mogelijk op papier neer te zetten en dan kijken wat ik met het resultaat ga doen.

Negen jaar en doodsbang

Het eerste wat ik zou willen ontknopen is de pijn die ik voel als ik denk aan (vluchtende) migranten. In de laatste drie jaren, heb ik ontdekt dat ik de intense, heftige en zware herinneringen van onze vlucht naar Nederland, in de jaren 90, nog met me mee draag. Ik was negen jaar en kan me nog herinneren dat ik bang was voor het doodgaan. Negen jaar oud en doodsbang voor de dood. Ik was bang dat het heel erg pijn zou doen. Ik was bang dat het iets is wat heel lang duurt; doodgaan en dood zijn. Ik dacht dat je het voelde, dood zijn, als iets heel scherps en zwaars. Ik begon in die tijd weer in mijn bed te plassen, deels omdat ik tot de gedachte was gekomen dat dood zijn vast net zo voelde als de donkere gang tussen mijn kamer en het toilet in ons huis in Burundi.

Tegen de tijd dat we het land verlieten had ik al een aantal keren de zekerheid gekend dat ik dood zou gaan, dat iedereen in mijn familie dood gemaakt zouden worden. Het is een gevoel dat voorbij angst ligt, voorbij paniek en wanhoop. Het is een loslaten van alle spieren rondom je bekken. Het is een hartslag die dondert, nee, die bliksemt, door je aderen heen, die golven van kramp vanuit je hart naar de rest van je lichaam zendt. Het is een stille helderheid, een gevoeligheid voor alles, alles, alles; een verschrikkelijke inzicht in details, de plotselinge samenhang van de kleinste gebaren, de diepte van de vluchtigste streling van de wind aan je lippen, het kunnen voelen en aanraken van tijd, gewaar zijn van hoe de realiteit je bestaan grillig in stand houdt. Ik was negen en we reden over lijken die achteloos op de weg naar veiligheid waren gegooid. We reden eroverheen en ik meende door de autobanden heen, de aanraking van gezwollen, rottend en scheurende vlees te kunnen voelen. Ik was negen. Soms ben ik het weer.

"De zekerheid dat ik dood zou gaan is een gevoel voorbij angst, paniek en wanhoop."

Toen wij in Nederland kwamen, werd ons al snel de politiek vluchtelingenstatus verleend. Mijn vader was betrokken in de Burundese politiek. Dat viel makkelijk te bewijzen, dus mochten wij blijven, veilig zijn en helen. Anderen, die negen jaar oud waren en de doodsangst ook hadden gekend maar geen politiek betrokken ouders hadden, mochten dat niet. Want er bestaat kennelijk zoiets als een onderscheid tussen politieke vluchtelingen, economische vluchteling en mensen die vluchten voor ongerichte, onpersoonlijke chaos en moordzuchtige instabiliteit. Mijn vader, en met hem meeste doelwitten van politieke repressie in Burundi, pleitte voor het wegnemen van sociale, economische en politieke ongelijkheid tussen Hutu’s en Tutsi’s. Want net zoals de meeste politieke activisten in de wereld zullen beamen, ongelijkheid is politiek. Armoede is politiek. Uitbuiting en onderdrukking zijn politiek. Maar waarom zijn er dan ‘economische’ en ‘politieke’ vluchtelingen? Waarom is de doodsangst voor dood door honger, behandelbare ziektes en marginalisatie minder beschermingswaardig dan dood door politieke afrekening? Waarom zijn door de dood bedreigde negenjarigen met een andere vader dan de mijne minder belangrijk dan ik?

Wegpesten of terroriseren

Ik ben me ervan bewust dat ik open deuren in trap. Dat er ‘rationele antwoorden’ bestaan op mijn vragen. “Ja, “economische” vluchtelingen gaan inderdaad weg doordat het hen moeilijk gemaakt wordt door hun regeringsleiders. Maar we kunnen niet iedereen opvangen, dus moeten we een onderscheid maken. Het kan niet anders. Wat we moeten doen is de mensen in hun eigen land kansen aanbieden, veiligheid bewerkstelligen, etc.” Je hebt vast gelijk. Ik zeg niets nieuws. Ik denk dan ook niet dat mijn schrijven een innovatieprijs gaat winnen. Laat me nou nog even doormijmeren, misschien stuiten we gaandeweg op iets bruikbaars en zo niet: dan zullen we tenminste een moment stil hebben gestaan bij de meest schrijnende schendingen van mensenrechten in ons land en continent, door onze generatie.

Elke keer als ik mezelf bevraag of het nu wel echt zo erg is als ‘schrijnende schending van mensenrechten’, eindig ik toch weer met: ja. Ik kan er niets anders van maken. Ons officiële beleid is kort door de bocht gezegd: mensen wegpesten. Daar zetten we allerlei soorten middelen voor in: muren aan de grenzen, een gemilitariseerde Frontex, detenties, deportaties naar gevaarlijke landen en uitlevering aan moordzuchtige regeringen, gevangenissen voor gezinnen, een gewetenloze Gestapo-achtige IND, een toetsings-schuwe Raad van Staten, sabotage van de sociale advocatuur, en nog zo veel meer. Nog zo ontzettend veel meer. Ik lees deze paragraaf terug en bedenk dat het geen ‘wegpest’-beleid is. Dat riekt teveel naar een eufemisme. Nee, wat we in Nederland (en in Europa) hebben ingesteld is niets minder dan het politiek gesanctioneerd terroriseren van zeer kwetsbare individuen. Mensen die politiek-gesanctioneerde statelijke terreur en repressie ontvluchten, maken wij hier in Nederland (en Europa) er weer doelwit van.

Protest in Den Haag in 2012 tegen het vluchtelingenbeleid (Credit: No Border Network)

De prijs van een selfie

Ik wil verder schrijven maar merk dat er paniek oplaait. Er zit een knoop in mijn maag die een vuist lijkt te maken die mijn hart naar beneden trekt. Is dit onmacht? Woede? Razernij? Verdriet? Pijn? Misschien is het wel schaamte en schuld. Wanneer ik zeg ‘we’ en ‘wij, in Nederland en Europa’, bedoel ik namelijk echt we en wij. Ik reken mezelf als een wezenlijke onderdeel daarvan. Want ook ik heb jarenlang rondgelopen met anti-migranten opvattingen en geroepen dat “economische” vluchtelingen het voor ons “echte politiek vluchtelingen” verpesten. Ook ik draag belastingen af waarvan de salarissen worden betaald bij de IND en Frontex. En hou ik ook de wapenhandelaars en industrieën in stand die miljarden verdienen aan oorlogen en daarna aan het beveiligen van de Europese grenzen. Want wij máken vluchtelingen, wij zijn ook betrokken bij het ontstaan van de misstanden die mensen tot het migreren dwingen.

Want, beste lezer, het tegenovergestelde van Fair Trade/ Eerlijke Handelsproducten zijn niet ‘gewone’ producten. Nee, het tegenovergestelde zijn ROOF producten. Onze supermarkten staan er vol mee; producten die wij roven uit andere landen. Elke keer dat je bij een modeketen voor de meeste trendy feest outfit pint, dat je een tros bananen koopt, een technologische gadget bestelt, benzine tankt, kaarsjes uitblaast op je chocolade taart, een steak bij de lokale slager haalt, verse vis op de grill zet, draag jij, net zoals ik, bij aan de krachten die mensen tot ballingschap dwingen. Ballingschap van alles wat ze kennen, van degenen waar ze van houden, de straten waar ze verwelkomd en herkend worden, van wat ze voor zichzelf en hun gemeenschap hebben geambieerd, van het eten waar ze van houden, de cultuur die hen inspireert, van die ene liefde die het leven zo zoet maakte. Mensen drogen uit in woestenijen, verdrinken in de Middellandse zee, trotseren de toorn van de Nederlandse regering en haar volk, omdat wij ons aandeel weigeren in te zien. Ik heb nog steeds gesprekken met mensen over mijn FairPhone (een Nederlands initiatief voor een eerlijkere smartphone, zonder conflictmineralen bijvoorbeeld), waarbij de kwaliteit van de camera wordt aangedragen als reden voor het kopen van telefoons waar mensen voor in Congo doodgaan, verkracht worden; smartphones waar hele natuurgebieden voor worden vernietigd, en mensen tot vluchtelingen voor worden gemaakt. Hoge kwaliteit selfies vs genocide praktijken, om het maar cru te zeggen; dat is de keuze die wij hebben, en we kiezen voor de selfie.

Ondertussen hebben we, naar mijn eigen super pessimistische schattingen, miljoenen rechtenloze, getraumatiseerde, angstige en wanhopige mensen die zich door Europa heen bewegen. Ze zijn rijp voor uitbuiting en kwetsbaar voor misbruik. Ze zijn slachtoffer van vernederingen, constante vervolging en routinematig onderwerping aan illegale en mensenrechten schendende gevangenschap (eufemistisch ‘detentie’ genoemd). Vorig jaar las ik bijvoorbeeld over een groep Bangladeshi migranten, ongedocumenteerd, die, in 2014, dachtten werk te hebben gevonden op een Griekse boerderij. De boer betaalde hen echter niet, waarop zij na zes maanden werken in opstand kwamen. De boer schoot op hun (of meerdere, pin me daar niet op vast) en kwam ermee weg ook . Geen gevangenisstraf voor een man die mensen tot slaaf had gemaakt en ernstig verwondde toen ze in opstand kwamen. Door heel Europa, in Nederland ook, zijn er miljoenen mensen aan het werk voor een salaris onder het minimumloon. Mensen die geen recht hebben op bestaanszekerheid, veilig werk, veilig wonen, geen recht op onderwijs voor zichzelf en hun kinderen, op gezondheidszorg, enzovoort. De bedrijven en ondernemers die hen gebruiken om meer winst te behalen zijn echter geen gespreksonderwerp in verkiezingsdebatten; zij vormen blijkbaar geen gevaar voor onze nationale identiteit, voor onze normen en waarden.

"Door heel Europa, in Nederland ook, zijn er miljoenen mensen aan het werk voor een salaris onder het minimumloon."

Regels en ethische ambities

Ik wil graag even stilstaan bij deze, door de politiek uitgeholde, begrippen: normen en waarden. Normen betekent slechts regels. Wij hebben regels, wetten, die discriminatie verbieden, die uitbuiting en onderdrukking verbieden, die terreurbeleid van overheidswege verbieden, die het blootstellen van mensen aan gevaar en de dood verbieden, die het de regering onmogelijk horen te maken om mensen gevangen te houden die geen strafrechtelijk misdrijf hebben begaan, die iedereen die zich in Nederland bevindt pogen te verzekeren van een bestaansminimum. Normen zijn niets minder dan regels, wetten, die je kunt negeren, die we aan de kant zetten, zelfs willen aanpassen om maar niet te hoeven voldoen aan onze internationale en grondwettelijke verplichting om migranten netjes op te vangen, en hun menswaardig te behandelen.

Waarden zijn niets meer dan ethische ambities. En ethische ambities kennen geen rationele antwoorden of protocollen; zij vragen om voortdurende reflectie en visie. Je bent je waarden niet, nee, je moet dag in dag uit voor je waarden kiezen en toepassen. Als je dat niet doet, zijn ze nog minder waard dan normen die genegeerd worden of aan de kant geschoven worden. Je bent niet gastvrij, je kan het slechts doen , ook als het moeilijk is. Homo-acceptatie is geen waarde die je bent, het is een ambitie die je keer op keer moet waarmaken, vooral wanneer je het niet begrijpt en er een beetje bang van wordt. Feminisme, veganisme, humanisme, liberalisme, pacifisme en alle andere isms, zijn niet wie je bent, het is wat je ambieert te doen, te worden en daarna te blijven.

Wat een hoop ellende is dit toch? Ik word er niet blij van. Ik voel me schuldig en ik schaam me voor mijn en ons aandeel in de meest schrijnende schending van mensenrechten van onze tijd. Ik wil boos zijn, woedend worden, iemand de schuld geven en het liefst morgen lekker verder mijn vertrouwde leventje leiden. Of ik kan vanuit mijn schuld en schaamte verantwoordelijk worden. Ik moet het niet bij pijn, woede en verdriet laten. Wat ik wil, en hopelijk jij ook, is om mijn kracht en macht te laten gelden. Want ik ben het wel: als burger, consument en mens, gedragen door het heelal zelve, verbonden aan al dat leeft en het leven lief heeft.

Laten we ons dan samen als verantwoordelijke consumenten gaan gedragen, beste lezer, laten we samen migranten onverschrokken onthalen en gelijkwaardig behandelen. Laten we (ik en jij) samen in de actie gaan. En de actie is, wat mij in ieder geval betreft, niets anders dan mijn stem te laten horen VOOR migranten, alle migranten. Een stem voor eerlijke handelspraktijken; een stem tegen uitbuiting, in binnen en buitenland; een stem voor idealen, waarden en daaruit voortvloeiende normen waar we echt trots op kunnen zijn en die we blijven ambiëren.

Olave Basabose is onder andere feminist, jurist, entrepreneur, schrijver, activist en wereldreiziger.

BIJ1-kleurenbalk