Recentelijk schreven we over het gebrek aan internationale solidariteit gedurende de Coronacrisis. Als het gaat om Curaçao, Sint Maarten, Aruba, Saba, Sint-Eustatius en Bonaire, is solidariteit ook ver te zoeken. De gevolgen van decennia aan neokoloniaal beleid stapelen zich, zeker in deze tijd van crisis, in rap tempo op.

Also available in English

Als het gaat om het Caribische deel van het Koninkrijk, neemt de Nederlandse staat al jarenlang haar verantwoordelijkheid niet. Hoewel de eilanden volgens minister Knops (Koninkrijksrelaties) op steun kunnen rekenen tijdens de uitbraak van het coronavirus, mag dat volgens onder andere de SP en de VVD niet zomaar gebeuren. De VVD wil zelfs 10 jaar lang toezicht houden op de begrotingen van Sint Maarten, Curaçao en Aruba in ruil voor humanitaire steun. Deze eilanden zijn sinds 2010 autonome landen binnen het Koninkrijk, zogenaamd op gelijkwaardige voet met Nederland. Dit voorstel van de VVD is een poging om het zelfbeschikkingsrecht van de eilanden verder terug te dringen. Met andere woorden: neokoloniale invloed in ruil voor noodhulp.

Het is wederom een klap in het gezicht voor de eilanden. Ondanks dat deze allemaal nog steeds onderdeel uitmaken van het Koninkrijk en volgens de gemaakte afspraken op hulp moeten kunnen rekenen vanuit een gelijkwaardige positie, blijft Nederland haar verantwoordelijkheden negeren. Al helemaal wat betreft Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, die sinds 2010 bijzondere gemeenten zijn van Nederland. Sinds de overgang naar deze status, stegen de prijzen op de eilanden gigantisch. Sociale voorzieningen, zoals bijvoorbeeld kinderbijslag en AOW, groeiden echter lang niet voldoende mee. Hierdoor is grootschalige armoede de orde van de dag, zeker onder kwetsbare groepen als ouderen.

De impact van het virus

Inmiddels heeft de Nederlandse staat enkele tientallen intensive care bedden verdeeld over de zes eilanden, die halverwege april moeten worden geleverd. Echter heeft de situatie op bijvoorbeeld Sint Maarten het kookpunt al bijna bereikt. Het land is nog altijd aan het opkrabbelen na de ramp met orkaan Irma in 2017 en het heeft slechts een schijntje van de daarvoor beloofde financiële steun ontvangen. Het aantal bevestigde besmettingen op het eiland loopt intussen op, terwijl de capaciteit op de intensive care, ondanks recente uitbreidingen, nog altijd maar een handvol bedden betreft.

De aanwezige bedden zijn onder normale omstandigheden vaak al grotendeels bezet door reguliere patiënten. De capaciteit van Sint Maarten wordt daarnaast ook nog eens gedeeld met Saba en Sint-Eustatius, die nauwelijks over een eigen zorgsysteem beschikken. Op Sint-Eustatius zijn recentelijk de eerste besmettingen gemeld.

Ook Aruba en Curaçao voelen de gevolgen van de uitbraak. Aruba, waar al tientallen mensen besmet zijn geraakt, wordt zelfs gerekend tot een van de landen die het zwaarst getroffen wordt. Dit omdat ruim 80% van de Arubaanse economie draait op toerisme, een sector die nu volledig wegvalt. Ook op Curaçao staan door de quarantaine-maatregelen duizenden banen in de toeristische sector op de tocht. Op Bonaire zijn tot nu toe nog geen besmettingsgevallen bekend, maar ook daar zijn de economische gevolgen hard voelbaar.

Daarnaast sluiten de verschillende landen in Zuid-Amerika, waar normaal gesproken samenwerkingen mee worden onderhouden wat betreft de gezondheidszorg, één voor één hun grenzen. Er wordt door de Nederlandse staat te weinig rekening gehouden met de unieke kwetsbaarheid van afgesloten eilanden, zeker in een wereld met momenteel steeds meer gesloten grenzen.

Autonomie

Minister Knops liet weten dat de eilanden, ondanks de eerder genoemde afspraken wat betreft hulpverlening, niet hoeven te rekenen op giften vanuit Nederland. Vanwege de grote financiële impact van het coronavirus in het gebied, zeker binnen de eerder genoemde toeristische sector, is de nood echter enorm hoog en is financiële hulp keihard nodig. Iets wat de landen automatisch in de richting van leenovereenkomsten met Nederland duwt, omdat het vanwege de gemaakte afspraken elders geen hulp kan zoeken zonder bemoeienis vanuit de Nederlandse staat. De regeling is namelijk zo, dat zulke maatregelen alleen kunnen worden genomen als de meerderheid van de Rijksministerraad instemt. Deze raad wordt gevormd door ministers van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en Nederland. Laatstgenoemde heeft in die raad echter de grootste vertegenwoordiging en dus het meeste zeggenschap.

Het aangaan van de benodigde leningen zal de eilanden nog verder (financieel) afhankelijk maken van de Nederlandse overheid. Nogmaals een gerichte klap voor de zelfstandigheid van de landen, die sinds de brute kolonisatie überhaupt nog nooit op fatsoenlijke, volwaardige ondersteuning hebben kunnen rekenen vanuit de Nederlandse staat. De recente geschiedenis bestaat vooral uit dergelijke praktijken. Zo stelde Nederland vergelijkbare eisen in ruil voor de noodhulp aan Sint Maarten na de verwoesting van orkaan Irma en wordt Curaçao, ondanks de ernstige financiële gevolgen van de crisis in Venezuela, verder gedwongen tot bezuinigen, ten koste van onder andere sociale voorzieningen.

Gelijkwaardigheid

Het is hoogtijd dat de eilanden daadwerkelijk op de afgesproken gelijkwaardige voet met de Nederlandse staat komen te staan. Nog steeds is er sprake van een ongelijke situatie waarbij autonome landen niet genoeg inspraak hebben als het gaat om beleidskeuzes, wet- en regelgeving die hen aangaan. Ook wat betreft Caribisch Nederland geldt dat zij veel meer betrokken moeten worden bij de besluitvorming over kwesties die invloed hebben op de samenleving en haar bewoners.

Zeker nu, in tijden van enorme crisis, is het van enorm belang om solidair te zijn. De Nederlandse overheid moet haar verantwoordelijkheden binnen het Koninkrijk onmiddellijk oppakken en de eilanden, die ongekend hard worden geraakt, een helpende hand bieden.

#KomBIJ1

Word lid van BIJ1 en steun de beweging van radicale gelijkwaardigheid en economische rechtvaardigheid!

BIJ1-kleurenbalk