Afgelopen week ontstonden protesten in Santiago in Chili tegen de verhoging van het metrokaartje met 30 pesos, bijna 10% van het minimumloon. Hiermee werd de metro van Transantiago de duurste van heel Latijns-Amerika. Veel mensen, onder wie studenten kunnen dit niet betalen. Maar het gaat eigenlijk niet zozeer om die 30 pesos, het gaat om de 30 jaar zonder vooruitgang na de dictatuur.

Op 11 september 1973 (“de andere 11 september”) wierp de Chileense krijgmacht de socialistische regering van Salvador Allende Gossens omver omdat hij het aandurfde Amerikaans kopermultinationals te nationaliseren en een programma startte om de schrijnende armoede in het land te verhelpen. Met hulp van de CIA en de regering Nixon heeft het Chileense leger vervolgens huisgehouden in de langste en wreedste dictatuur in Latijns-Amerika: 130.000 arrestaties, 35000 martelingen, 3000 moorden en 1200 mensen zijn verdwenen.

Het land werd een speeltuin voor neoliberale experimenten van Milton Friedman en zijn “Chicago Boys”. Later hebben Reagan en Thatcher fors geprofiteerd van deze experimenten en we leven nu nog met de gevolgen van het monetarisme. In 1988 haalde Pinochet het in zijn hoofd om — denkend dat hij wel zou winnen – een referendum te organiseren over zijn toekomst: Should I stay or should I go? De meerderheid van de bevolking stemde Go! Als afscheidskado liet hij een vreselijke grondwet na, had hij al het water verkocht aan particuliere bedrijven en het land was hervormd tot speeltuin voor neoliberale experimenten.

De gevolgen zijn ernstig: politici in het land verdienen 33 keer zoveel als de armsten. Het minimumloon bedraagt bijna €450 euro tegen een prijsniveau dat dat van Westerse landen niet veel ontloopt. Chili heeft het slechtste publieke onderwijs van Latijns-Amerika dat tevens een van de duurste ter wereld is. De gezondheidszorg is slecht en mensen moeten vaak minimaal twee banen hebben om rond te komen. Vakbonden hebben bijna geen onderhandelingsmacht en een pensioen is niets waard (ca €225 euro). Terwijl Chili het rijkste en meest ‘geliberaliseerde’ land van Zuid-Amerika is, maar de armen worden er ook hier alleen armer op. In deze context vindt het huidige verzet plaats.

De verhoging van de metroprijzen leidde tot een onmiddellijk antwoord van de scholieren en studenten: die bijvoorbeeld over de hekken heen sprongen en zwartrijden. Waarop de president de ordetroepen van de militaire politie inzette met pantserwagens. En dat leidde vervolgens tot grootschalige protest en verzet. In Concepción (in het zuiden van Chili) zijn alle havenarbeiders al in staking gegaan. De regering heeft een uitzonderingstoestand met avondklok ingesteld, waar mensen zich in groten getale niet aan houden. Er zijn inmiddels zeker vijftien doden gevallen onder de demonstranten, alle vermoord door leger en Carabineros. Ook zijn er 1700 arrestanten en 20.000 militairen en Carabineros ingezet. Deze hebben een reputatie van wreedheid. In het zuiden van het land heerst een ware burgeroorlog van de staat tegen de Mapuche die autonomie eisen en al sinds de Spaanse kolonisatie overheerst worden. Ook hier wordt in plaats van serieuze gesprekken, repressie ingezet en worden inheemse leiders tot jarenlange afzondering veroordeeld, met lange hongerstakingen tot gevolg.

Het zijn de armste en meest gemarginaliseerde groepen die in opstand komen nu in Chili. Ze zeggen: “Als we geen rotzooi schoppen, bestaan we niet voor ze.” Plunderen van supermarkten (grotendeels van het Amerikaanse Walmart) en het in de brand steken van bussen of metrostellen is hun antwoord. Maar in tegenstelling tot wat president en miljardair Piñera zegt, is er helemaal geen oorlog. Dit is het volk dat kenbaar maakt dat het niet tevreden is, zolang ze hun rechten niet krijgen, en er naar hen geluisterd wordt. Het volk dat het zat is om al dertig jaar niet mee te tellen in een systeem dat rechts systematisch de overhand geeft, dankzij de dictatoriale grondwet. Ex-president en huidig VN Mensenrechtencommissaris Michelle Bachelet heeft geprobeerd hier verandering in te brengen, maar is er ook niet in geslaagd genoeg parlementaire steun te verwerven voor verandering.

Niet alleen Chili staat in brand. Tot vorige week was Ecuador het strijdtoneel en ook in Argentinië vecht men tegen de neoliberale hervormingen van de regering Macrí. En de onrust beperkt zich niet tot Latijns-Amerika. Op veel plaatsen wordt het verzet tegen de kapitalistische uitbuiting steeds sterker. Van Haïti tot Libanon en van Rojava tot Irak. De mensen tonen dat ze genoeg hebben van de uitbuiting en onderdrukking ten gunste van de economische aasgieren. Uiteraard steunt BIJ1 de strijd van alle gemarginaliseerden voor een leven in gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid.

Voor vandaag was een algemene staking uitgeroepen in Chili. En wij verklaren ons solidair met de arbeiders en studenten die in Chili zich verzetten tegen de huidige maatschappij aldaar en voor een grondwetgevende vergadering. El pueblo unido jamás será vencido! Marichi weu!

Uitklappen
aan het laden
BIJ1-kleurenbalk