Het is een feit, BIJ1 doet mee aan de Tweede Kamerverkiezingen. Gisteren sprak Prof. Dr. Willem Schinkel op de kick-off van onze campagne in DOK Amsterdam. Schinkel staat bekend om zijn vlijmscherpe wetenschappelijke analyses. Hij presteert het om zware materie op een luchtige wijze te brengen, soms met behulp van gevatte satire. Hij werd bekend als 'enfant terible' van de sociologie door zijn herhaalde kritiek richting instituties, gevestigde machtsstructuren en soms ook collega's.

Schinkel sprak zich al eerder positief uit over BIJ1 en ook tijdens de kick-off was dat niet anders. Zijn speech, die onder andere ging over de noodzaak van een politiek van emancipatie, hoe intersectionaliteit daar aan verbonden is en over de rol van liefde, kun je hier teruglezen:

Het is een feit, BIJ1 doet mee aan de Tweede Kamerverkiezingen. Gisteren sprak Prof. Dr. Willem Schinkel op de kick-off van onze campagne in DOK Amsterdam. Schinkel staat bekend om zijn vlijmscherpe wetenschappelijke analyses. Hij presteert het om zware materie op een luchtige wijze te brengen, soms met behulp van gevatte satire. Hij werd bekend als 'enfant terible' van de sociologie door zijn herhaalde kritiek richting instituties, gevestigde machtsstructuren en soms ook collega's.

Schinkel sprak zich al eerder positief uit over BIJ1 en ook tijdens de kick-off was dat niet anders. Zijn speech, die onder andere ging over de noodzaak van een politiek van emancipatie, hoe intersectionaliteit daar aan verbonden is en over de rol van liefde, kun je hier teruglezen:

"Ik ben gevraagd vandaag iets te zeggen over het belang van een politiek van emancipatie, en met emancipatie is tegenwoordig iets vreemds aan de hand. Het is, zoals zo veel dat het leven de moeite waard maakt, gestolen door rechts. Hoe vaak is niet gezegd dat racisme een kwaad uit eerder tijden is, en dat er alleen nog wat discriminatie op te ruimen is? Hoe vaak zijn de verworvenheden van de emancipatie niet bezongen door de stropdasmannetjes van de bestaande orde om die verworvenheden dan in één beweging door te zien als bedreigd door ‘niet-Westerse’invloeden? Hoe vaak hebben we ze niet horen spreken namens islamitische vrouwen uit naam van de emancipatie? Begin jaren 2000 werd zelfs de emancipatie van de Nederlandse vrouw als ‘voltooid’ beschouwd, maar die moest dan wel wit zijn.

Emancipatie wordt zo niet alleen een toestand in plaats van een gevecht tegen de macht. Het wordt ook een toestand die naadloos lijkt samen te vallen met ‘Nederland’. Dat is waarom ook onder vermeend linkse partijen emancipatie niet langer emancipatoir werkt: er is niets wat zelfverklaard geëmancipeerde mensen zich moeilijker kunnen voorstellen dan het idee dat er andere manieren zijn om te emanciperen. Emancipatie, in Nederland, is een zelfgenoegzame zelffelicitatie van een door witheid en bezit bezeten burgerij. Nederlanders, is het idee, zijn al bevrijd, en ze zijn nu zo grootmoedig ook anderen te helpen bevrijden. Voor deze Nederlanders is er geen bevrijding meer mogelijk, die was er al, dus een politiek van emancipatie, dat kan alleen een politiek voor anderen zijn, voor marginalen, voor nog-niet-bevrijden, niet-geïntegreerden, migranten…

Dus is er een politiek van emancipatie nodig? Nou, we leven in een tijd waarin fascisten de consolidatie van wit privilege aangrijpen om de massale dood van migranten op de Middellandse Zee te rechtvaardigen. Een tijd waarin de 0,1 procent zich gruwelijk verrijkt over de ruggen van alle anderen, en waarin de ongelijke mate waarin wij uitgebuit worden ons verdeelt, zodat velen die situatie van uitbuiting denken te willen. Een tijd waarin die exclusieve verrijking de bestaansvoorwaarden voor leven op aarde op het spel zet. Een tijd waarin de schuld van individuen en landen hoger is dan vóór de financiële crisis van ruim tien jaar geleden. Een tijd waarin het extreem is om te zeggen dat Shell onteigend moet worden, en waarin het kennelijk redelijk is te zeggen dat klimaatdestructie een verantwoord business model is. Een tijd waarin alle levensvormen die zich queer verhouden tot de orde van het albevrijd-zijn geweld ten deel valt. Dus een politiek van emancipatie? Dat zou een geweldig idee zijn!

En toen waren jullie daar, vrienden. En wat vinden ze jullie irritant! En wat is dat een goed teken! Want een intersectionele benadering van onderdrukking, van uitbuiting en zelfs van politiek snijdt het beeld ‘Nederland is bevrijd’ in stukken, prikt er dwars doorheen, doet de bevrijdingsbubbel barsten. En dan staan de mannetjes met hun stropdassen en hun babbeltjes over bevrijding ineens met de broek op de enkels. En het eerste wat ze dan willen, is weer babbelen. Blijven kletsen. Debat. De dialoog, het goede gesprek. Er samen uitkomen, geen hakken in het zand, geen principes, en hooguit een ‘agree to disagree’, maar wel in alle redelijkheid, de redelijkheid van het niets fundamenteel veranderen. Want dat is hoe de destructie vrolijk verder kan gaan, als achtergrondruis bij het gebabbel. Of is het omgekeerd, is representatieve democratie de achtergrondruis van de destructie?

En toen waren jullie daar, vrienden. En wat vinden ze jullie irritant! En wat is dat een goed teken! Want een intersectionele benadering van onderdrukking, van uitbuiting en zelfs van politiek snijdt het beeld ‘Nederland is bevrijd’ in stukken, prikt er dwars doorheen, doet de bevrijdingsbubbel barsten.

Geconfronteerd met een politiek die die voorwaarden niet accepteert, klagen de stropdasmannetjes van de orde van het al-bevrijd-zijn over ‘identiteitspolitiek’. Alsof het bij de strijd tegen racisme en seksisme, en bij de intersectionele connectie met klasse en klimaatdestructie, gaat om hobbyisme, om erkenning voor particuliere identiteitjes. Dat was nooit wat identiteitspolitiek betekende, maar als het nu zo gebruikt wordt, is dat omdat dat een laatste poging is ons binnen de liberale orde van posities, van identiteiten, te trekken. De beschuldiging ‘dat is identiteitspolitiek!’ is een laatste poging te ontkennen dat de claim daarin niet is ‘wij willen onze identiteit ongehinderd vieren’ – dat is het ook – maar, veel belangrijker: ‘wie denken jullie dat je bent om te bepalen hoe bevrijding eruit ziet, te bepalen waarin we moeten participeren?’ Dus wat ze afdoen als ‘identiteitspolitiek’ is gevaarlijk voor ze, is iets dat de holheid van hun vrijheid en hun bevrijdheid bloot legt. En ze komen daar niet uit door nu naar de ‘gewone mensen’ te luisteren of door ‘terug naar een klasse-politiek’ te gaan.

Wat in de Haagse politiek mist, is dit besef: wie het niet over racisme wil hebben, is een klimaatscepticus. Wie het niet over mondiale opwarming wil hebben, voert een politiek van racisme. Wie niet een frontale aanval op de verschulding inzet, werkt in de burelen van het patriarchaat. En wie denkt dat de vrije woekering van de genders en de seksuele identiteiten niet in zijn belang is, heeft zich altijd al aan de orde van de schuld en de uitbuiting uitgeleverd.

Het allerergst vinden ze het als je het hebt over een politiek van de radicale liefde. Tenenkrommend vinden ze dat, liefde. En dat is vreemd, want we weten toch allemaal dat liefde het belangrijkste is in het leven? Ja, dat weten we, maar dan is er politiek en doen we net of het over iets anders moet gaan dan over liefde, over leven met minder geweld, over leven en overleven. We weten dat liefde het belangrijkste is, maar dan gaan we naar werk en noemen we iemand ‘baas’ en denken we dat dat normaal is in wat we niettemin een ‘democratie’ noemen! Radicale liefde is geen romantisch tijdverdrijf, maar een aanbod om samen te zijn zonder geweld als voorwaarde. Maar liefde betekent wel iets loslaten: loslaten al te weten hoe we moeten leven, loslaten te weten dat je iets bent al voordat we bijeen zijn, loslaten dat je denkt een ander te moeten of kunnen bevrijden.

Wie de politiek in gaat, moet zich allereerst wapenen tegen zichzelf. Tegen de verleiding van de macht en het haalbare resultaat, tegen de gunst van de kiezer, de positieve publiciteit, de herverkiezing, het ego, de bereikbare consensus, de schmutzige coalitie voor het hogere doel, tegen de complimenten, tegen de wens nu eens niet zo irritant gevonden te worden. Ik las onlangs een gedicht van de Perzische dichter Rumi dat helpt die verleidingen te weerstaan. Ik las het in het Engels:

"A fly sat

on a straw

on a puddle of donkey piss.

full of pride

it lifted up its head:

“I am the captain of this ship,

master of this ocean!

Wat moet het betekenen om BIJ1 ‘aan de macht’ te helpen? Laten we niet naar Den Haag gaan om te babbelen, maar om te bevrijden. Niet voor het besturen, zelfs niet voor het bijsturen maar voor het bijeenkomen. Niet om te regeren, maar om te irriteren. Niet voor de macht, maar tegen de macht. Niet om aan de macht te komen, maar om van de macht af te komen. De macht ontmantelt zichzelf, want ze zijn niet uit te houden, die dagelijkse pleidooien voor een klein beetje meer geweld. Maar de macht kan hulp gebruiken bij die zelfontmanteling. In die zin is, onder de huidige condities, saboteren belangrijker dan regeren.

Dus laten we leren van de teleurstellingen op links, zoals het idee dat een effectieve gooi naar de macht nu nodig is. Of denken dat het allemaal goed komt als we ons primair op de niet-menselijke dieren richten. Of de sociaaldemocratische val van het bij kapitaal betrekken van mensen – participatie – en dan stukje bij beetje alles weggeven zodra rechts over ‘betaalbaarheid’ begint, zodra kapitaal niet langer wenst te betalen voor onze solidariteit. Natuurlijk stelt links teleur, bevrijding is nooit af. Maar een links van linkse politiek moet niet vergeten waarom het te doen is: om emancipatie van de permanente teleurstelling die de orde van het normale is, de reguliere politiek, de bleekheid die bij ons voor bevrijding doorgaat.

Het is een formidabele uitdaging. Overal om ons heen, en de hele tijd in onszelf, woekert een orde die ons klein maakt, die er belang bij heeft ons samenzijn kapot te maken. De reflex ‘Normaal.Doen’, die onbeschaamd tot slogan verheven is maar die van tijd tot tijd in de meesten van ons leeft, is hier equivalent aan de uitbreiding van Schiphol, aan ‘er moeten wel grenzen zijn’, aan ‘er moet wel draagvlak zijn’, aan nog een megastal erbij: steeds een stukje meer destructie. Maar heel de huidige orde is parasitair op ons samenzijn, op onze gemeenschap. Kapitaal is uiteindelijk extractie uit onze solidariteit. Uit het feit dat we, ondanks alles, steeds iets meer voor elkaar over hebben dan het kapitaal dat heeft. Uit onze reproductieve arbeid, onze helpende hand, onze solidariteit, ons reëel bestaande communisme, uit de kleine extra’s waartoe we altijd weer bereid zijn, ondanks ons gebrek aan tijd en aan energie, uit onze liefde.

Dus elk nieuw gebouw op de Zuidas van waaruit onze exploitatie gecoördineerd wordt, elke app die kapitaliseert op onze communicatie, elke weg die aangelegd wordt om ons met logistieke listen lastig te vallen, elke muur, elk hek… het hek is allemaal van ons, en op een dag pakken we het allemaal terug en gebruiken we het voor ons samen zijn waarvoor we geen geweld nodig hebben.

Dat is de horizon van een links van linkse politiek van emancipatie. Een horizon die even concreet en bereikbaar is als de liefde, en ook in de liefde horen we, als we bereid zijn te luisteren: Alles is altijd al van ons, en wij, wij zijn altijd al bijeen."

1: In: Safi, O. (red.) 2018. Radical Love. Teachings from the Islamic Mystical Tradition, New Haven: Yale University Press, p. 255.

Uitklappen
aan het laden
BIJ1-kleurenbalk